Matteüs 5,1-12
1Jezus zag de menigten en ging de berg op.
Toen hij zich neergezet had
kwamen zijn volgelingen bij hem;
2hij opende zijn mond
en onderrichtte hen:
3Gelukkig de armen van geest:
van hen is het hemelse rijk!
4Gelukkig wie lijden:
zij zullen worden getroost!
5Gelukkig de zachtaardigen:
zij zullen de aarde beërven!
6Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid:
zij zullen worden verzadigd!
7Gelukkig wie zich ontfermen:
zij zullen ontferming ontvangen!
8Gelukkig wie zuiver van hart zijn:
zij zullen God zien!
9Gelukkig de vredestichters:
`kinderen van God' zullen ze heten!
10Gelukkig wie worden vervolgd omwille van gerechtigheid:
van hen is het hemelse rijk!
11Gelukkig jullie als ze je uitschelden en nazitten
en lelijks over je zeggen vanwege mij:
12wees blij en jubel,
want je loon is groot in de hemel;
net zo hebben ze vóór jullie
de profeten nagezeten!

Print deze tekst | vertaling door Klaas Eldering | bij Vierde zondag na Epifanie ( 3 februari 2008)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties:
  2000 01 01 00:00:00, een enkele kanttekening van harrypals

Andere vertalingen: Mat. 5,1-12 Bergrede, Mat. 5,1-12 Zaligsprekingen, Mat. 5,1-12 Zalig verklaringen, Mat. 5,1-12 De Bergrede, Mat. 5,1-12 Zaligsprekingen, Mat. 5,1-12 Gelukkig ben je...!, Mat. 5,1-12