2 Korintiërs 6,1-10
1Tevens doen wij als medewerkers een appèl uitgaan,
dat jullie de genade van God
niet tevergeefs ontvangen hebben. –
2Want Hij zegt:
In de aangename tijd heb ik je verhoord,
op de dag van redding, ben ik je te hulp gekomen.1
Zie, nu is het de aangename, de welgevallige tijd,
zie, nu is het de dag van het redding. –

3Door niemand in iets enige aanstoot te geven,
opdat de dienst geen blaam treft.
4maar door zichzelf in alles
als dienaren van God te betonen,2
in veel volharding,
in verdrukkingen,
in noden,
in moeilijkheden,
in slagen,
5in gevangenschappen,
in ongeregeldheden,
in moeiten,
in slapeloosheid,
in vasten,
in onthouding,
in kennis,
6in geduld,
in mildheid,
in heilige Geest,
in liefde, zonder maskers,
in woorden, van waarheid,
7in kracht van God,
met de wapens der gerechtigheid,
ter rechter— en linkerzijde,
door eer en oneer,
8door kwaad en goed gerucht.
9als dwalenden én waarachtigen,
als onwetenden én gekend zijnden,
als stervenden én zie, wij leven,
10als getuchtigd, én niet ter dood gebracht,
als steeds bedroefd, en toch zich verheugend,
als armen, maar velen rijk makend,
als niets hebbend én alles bezittend.
Noten
1Jesaja 49:8
2of: aan te bevelen

Print deze tekst | vertaling door leenderonde | bij Aswoensdag (17 februari 2021)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: 2Kor. 6,1-10 te groot voor het geluk alleen, 2Kor. 6,1-2 , 2Kor. 6,1-10 , 2Kor. 6,1-10