Lucas 12,49-56
Jezus brengt verdeeldheid door zijn komst.
49Vuur ben ik komen werpen op de aarde,
en wat wil ik1
als het al ontstoken is.
50Maar ik heb een doop
waarmee ik gedoopt moet worden
en hoe beklemt
totdat het is volbracht.
51U meent dat ik ben gekomen
om vrede te geven op aarde?
Geenszins zeg ik u
Maar veelmeer verdeeldheid.
52Want vanaf nu
als er vijf in een huis zullen zijn
zullen ze verdeeld zijn:
drie tegen twee
en twee tegen drie,
53verdeeld zullen ze worden
een vader tegen een zoon
en een zoon tegen een vader,
een moeder tegen de dochter
en een dochter tegen de moeder,
een schoonmoeder tegen haar schoondochter
en een schoondochter tegen de schoonmoeder.
54Ook hij zei tegen de menigten:
wanneer jullie zien
dat een wolk opkomt in het westen
zeggen jullie meteen:
er komt regen,
en zo gebeurt het;
55en wanneer jullie de zuidenwind zien waaien
zeggen jullie: er zal hitte zijn,
en dat gebeurt.
56Schijnheiligen,
het aangezicht van de aarde en de hemel
weten jullie te onderkennen2
maar juist deze tijd3 ,
hoe bestaat het
dat jullie die niet onderkennen?
Noten
1Naardense Bijbel: Wat wil ik anders dan dat het al ontstoken is
2letterlijk: beproeven, testen, bewijzen door het uit te testen
3er staat kairos, juiste, bepalende tijd, vandaar de keuze voor juist … tijd

Print deze tekst | vertaling door Kees Meijer | bij 9de zondag van de zomer (19 augustus 2007)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties:
  2000 01 01 00:00:00, Luc. 12, 49-56 van Soeting

Andere vertalingen: Luc. 12,49-56 , Luc. 12,49-56 vuur op aarde, Luc. 12,49-56 , Luc. 12,49-56