Jesaja 58,1-10
1Roep luidkeels
houd je niet in
verhef je stem als een ramshoorn
meld aan mijn volk zijn1 overtreding
aan Jakobs Huis zijn zonden!
2Mij raadplegen ze dag aan dag
en ze willen graag mijn wegen kennen
als waren ze een natie die gerechtigheid doet
die het recht van haar god niet verlaat.
Ze vragen van mij rechtvaardige richtlijnen.
Ze willen graag godsnabijheid.2
3'Waarom vasten wij
en ziet gij het niet
kastijden wij onszelf3
en wilt ge er niet van weten!'

4Wel, op de dag dat jullie vasten
weet je te vinden4 wat je graag doet:5
al wie voor je ploeteren moet6 beul je af!
Wel, het leidt tot getwist en gevecht, dat jullie vasten
om erop te slaan met misdadige vuist!
Vast dezer dagen maar niet
om je stem in den hoge te laten horen!
5Moet zo het vasten zijn dat ik verkies
de dag, waarop een mens zichzelf kastijdt?
Waarop men zijn hoofd laat hangen als een strohalm
en in zak en as zich neerlegt?
Noem7 je dat een vasten
een dag van welbehagen van JHWH?
6Is dít niet het vasten zoals  ik verkies:
het losmaken van misdadige boeien
het ontbinden van de banden van het juk:
mishandelden in vrijheid laten heengaan?
Ieder juk moeten jullie kapot breken!

7[Het goede vasten:]
Is dat niet:
dat je voor de hongerige je brood breekt;
dat je ellendige rondzwervenden in je huis binnen laat;
dat je als je een naakte ziet, hem [in kleding] hult
en  je je niet onttrekt aan je eigen vlees [en bloed].
8Dan zal je licht doorbreken als de dageraad
je wond zal zich spoedig dichten.
Je gerechtigheid gaat voor je uit
de heerlijkheid van JHWH vormt je achterhoede.
9Dan zal, als je roept, JHWH je antwoorden
als je het uitjammert, zegt hij: Hier ben ik!
Als je uit je midden wegdoet
het juk-opleggen, het wijzen met de vinger, het heilloze gepraat
10als je de hongerende toereikt wat voor jouzelf begeerlijk is
en de ellendige in zijn begeren verzadigt
dan zal je licht in het donker gaan stralen
en je duisternis [opklaren] als de [helle] middag.
Noten
1Gen. obj., (vgl. Ps. 73,28) en subj.; zo ook volgende regel.
2Dubbelzinnig: naderen tot God en nabijheid van God.
3Lett. 'buigen van de ziel'(vgl. Lex. s.v. '-n-h II.).
4Vasten — vinden, allitteratie: tsom — matsa. Idem: gevecht — vasten: matsah — tsom.
5'Wat je graag hebt' — de uitdrukking betekent in Pred. 3,1 etc. 'handel drijven'; dat zal hier niet de bedoeling zijn getuige het vervolg.
6'Die voor je ploetert' hapax leg., maar vgl.  '-ts-b in bijv. Gen. 3,17 en 5,28. Eventueel dwangarbeid ter schuldvereffening, zie HAL s.v.
7Of: Roep je daartoe een vasten uit…

Print deze tekst | vertaling door kad | bij Aswoensdag
Laatste wijziging 4 Feb 2018 13:16:03
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: Jes. 58,6-10 Het vasten dat Ik verkies, Jes. 58,1-10 , Jes. 58,7-10 , Jes. 58,1-10 , Jes. 58,7-10 , Jes. 58,1-10 , Jes. 58,7-10 , Jes. 58,1-10