Jesaja 62,8-12
8JHWH zweert bij zijn rechterhand
en bij zijn sterke arm:
Nooit meer geef ik je koren
als voedsel aan je vijanden
en vreemdelingen zullen je wijn niet meer drinken,
waarvoor jij je hebt afgemat.
9Want zij die het oogsten zullen er ook van eten
en JHWH erom loven
en wie de druiven inzamelen zullen ook drinken
in de voorhoven van mijn heiligdom.

10Gaat, gaat door de poorten,
ruimen jullie de weg op voor het volk,
bereiden, ja bereiden jullie de koninklijke weg,
zuivert hem van stenen,
richt een vaandel op voor de volken.

11Zie, JHWH laat het horen tot het einde van de aarde:
Zeggen jullie tot de dochter Sion:
Zie, je bevrijding komt,
Zie, zijn loon is bij hem,
Zijn beloning gaat voor hem uit,
12En men noemt hen “Volk van de Heilige,
Gelosten van JHWH”,
Maar jij wordt genoemd “Lang Gezochte,
Nooit Verlaten Stad!”

Print deze tekst | vertaling door pieterlugtigheid | bij 4e van de Advent
Laatste wijziging 20 Nov 2017 17:43:26
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: Jes. 62,11-12 Stad, niet verlaten, Jes. 62,11-12