Marcus 6,1-6
Vertaling door Dirk Monshouwer
1En hij ging uit vandaar
en hij kwam naar zijn vaderland
en zijn leerlingen volgden hem.
2Toen de sabbat geschiedde,
begon hij onderricht te geven in de synagoge,
en velen – horende –
raakten er buitengewoon vol van — zeggende:
Waar heeft hij deze dingen vandaan?
En wat is dit voor een wijsheid die aan deze gegeven is?
En welke vermogens geschieden door zijn handen?
3Is deze niet de timmerman,
de zoon van Maria en de broeder van Jakobus
en Joses en Juda en Simon?
En zijn zijn zusters niet hier bij ons?
En zij namen aanstoot aan hem.
4En Jezus zei tegen hen
dat geen profeet ongeëerd is
behalve in zijn vaderland,
in zijn familie en in zijn huis.
5En het was hem onmogelijk daar enig vermogen te doen,
behalve dat hij genas
door aan enkele kwijnenden de handen op te leggen.
6En hij verwonderde zich vanwege hun wantrouwen.
En hij ging de dorpen eromheen rond
en gaf onderricht.

Print deze tekst | Vertaler onbekend | bij Derde zomerzondag ( 6 juli 2003)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: Mar. 6,1-6 ergernis of verwondering, Mar. 6,1-6 , Mar. 6,1-6 , Mar. 6,1-6