Hooglied 4,12-16
Vertaling: Societas Hebraica Amstelodamensis
==[hij:]1

12Een afgesloten tuin ben jij, mijn zuster, bruid,
een afgesloten tuin,2 een verzegelde bron.
13Wat aan jou ontspruit,
is een gaarde van granaatappels en heerlijke vruchten ervan eten,
van hennastruiken en nardusplanten,
14van nardus en saffraan, kalmoes en kaneel, en allerlei wierookbomen,
van mirre en aloëhout, en de allerbeste balsems.
15Een bron voor tuinen ben jij,
een put met levend water,
stromen van de Libanon.

[zij]:

16Word wakker, noordenwind, en kom, zuidenwind,
doe mijn tuin geuren,
dan zullen zijn balsems stromen;
mijn liefste zal komen naar zijn tuin,
hij zal de heerlijke vruchten ervan eten.
Noten
1 Om de verschillende stemmen te onderscheiden is er voor gekozen die aan te geven met behulp van tussenkopjes, waarbij drie `personages´ worden onderscheiden: het meisje (zij), de jongen (hij) en een derde partij, die als koor wordt aangeduid.
2`tuin´: De vertaling volgt de in vele bijbelhandschriften te vinden lezing gan, `tuin´; het woord dat in de standaardtekst staat, gal (`golf ´), geeft hier geen goede zin.

Print deze tekst | Vertaler onbekend | bij Pinksteren (24 mei 2015)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: Hgl. 4,16 , Hgl. 4,16 , Hgl. 4,16-16 , Hgl. 4,16-16