1 Johannes 1,1-10
1Wat was van den beginne,
wat wij gehoord hebben,
wat wij gezien hebben met onze ogen,
wat wij aanschouwd hebben
en onze handen getast hebben,
omtrent het woord des levens.  
2— Immers het leven heeft zich bekend gemaakt,
en wij hebben het gezien;
dus betuigen en verkondigen wij
aan jullie het eeuwige leven,
dat was bij de Vader
en zich aan ons bekend gemaakt heeft . —
3Wat wij gezien en gehoord hebben,
dat verkondigen we ook jullie,
opdat ook jullie gemeenschap zullen hebben met ons.
En de gemeenschap die de onze is,
is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

4Deze dingen schrijven wij,
opdat onze vreugde vervuld wordt.
5En dit is de verkondiging,
die wij van hem gehoord hebben en jullie verkondigen:
God is licht
en duisternis is niet in hem, geenszins.
6Indien wij zullen zeggen,
dat wij gemeenschap met hem hebben
en in de duisternis wandelen,
dan liegen wij en doen de waarheid niet.
7Indien wij echter in het licht wandelen,
zoals Hij zelf is in het licht,
dan hebben wij gemeenschap met elkaar
en het bloed van Jezus, zijn Zoon,
reinigt ons van alle zonden.
8Indien wij zeggen, dat we geen zonde hebben,
misleiden we onszelf en de waarheid is niet in ons.
9Indien wij onze zonden belijden,
Hij is getrouw en rechtvaardig,
opdat hij ons de zonden zal vergeven
en ons zal reinigen van alle ongerechtigheid.
10Indien wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben,
maken we hem tot leugenaar
en zijn woord is niet in ons.

Print deze tekst | vertaling door Kees Meijer | bij 3e van Pasen (19 april 2015)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: 1Joh. 1,1-7 , 1Joh. 1,1-7 , 1Joh. 1,1-10