Genesis 18,16-23
16De mannen stonden op van daar
en keken neer op Sodom;
Abraham ging met hen mee om hen uitgeleide te doen.
17JHWH zei:
zou ik voor Abraham verbergen wat ik ga doen?
18Abraham zal immers zeker tot een groot en machtig volk worden
en in hem zullen alle volkeren van de aarde gezegend worden.
19Want ik heb hem gekend,
zodat hij zal gebieden dat zijn kinderen en zijn huis na hem
de weg van JHWH zullen bewaren
door gerechtigheid en recht te doen
zodat JHWH over Abraham doet komen wat hij over hem gesproken heeft.
20JHWH zei:
Het geroep over Sodom en Gomorra, dat is véél
en hun zonde, die is zeer zwaar.
21Ik wil afdalen en zien
of zij ten volle hebben gedaan naar dat geroep dat tot mij is gekomen
of niet?
Ik wil het weten.
22De mannen wendden het gezicht vandaar af
en gingen naar Sodom,
maar Abraham bleef nog staan voor JHWH.
23Toen kwam Abraham dichterbij en zei:
Wilt u werkelijk de rechtvaardige wegrukken met de misdadiger?

Print deze tekst | vertaling door mazbo | bij 6e van de herfst (26 oktober 2014)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties: nog geen reacties