Lucas 9,28-36 Mozes en Elia bij Jezus
De verheerlijking op de berg

Vertaling van Adriaan Soeting
28Het geschiedde ongeveer acht dagen na deze woorden,
dat hij Petrus, Johannes en Jakobus meenam
toen hij de berg besteeg om te aanbidden.
En het geschiedde toen hij bad
dat het uiterlijk van zijn gezicht veranderde
en zijn kleding werd stralend wit.
30En zie, twee mannen spraken met hem,
het waren Mozes en Elia.
31En zij die in heerlijkheid verschenen waren,
spraken over zijn Uittocht1
die hij in Jeruzalem zou vervullen.
32Petrus en die met hem waren
werden door slaap overmand,
maar toen zij volledig wakker waren
zagen zij zijn heerlijkheid
en de twee mannen die bij hem stonden.
33En het geschiedde, dat,
toen zij van hem scheidden,
Petrus tot Jezus zei:
Meester! Het is goed dat wij hier zijn.
Laten wij drie tenten maken,
één voor U, één voor Mozes en één voor Elia.
Maar hij wist niet wat hij zei.
34Toen hij dat zei, kwam een wolk,
die hen overschaduwde.
Zij waren bevreesd toen zij daarin gingen.
35En er klonk een stem uit de wolk:
Dit is mijn Zoon, de uitverkoren!
Hoort naar hem!
36En toen de stem geklonken had
bevond Jezus zich alleen.
En zij zwegen,
en berichtten in die dagen niemand iets
van wat zij hadden gezien.
Noten
1Gr. ‘Exodus’

Print deze tekst | Vertaler onbekend | bij 2e zondag van de 40 dagen ( 4 maart 2007)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties:
  2000 01 01 00:00:00, verheerlijking op de berg van wiersma

Andere vertalingen: Luc. 9,28-36 Waarover spraken zij, die drie..., Luc. 9,28-36 , Luc. 9,28-36 Verheerlijking op de berg