Jeremia 14,7-10

 


7
‘Al1 getuigen onze overtredingen tegen ons
JHWH, doe [iets]2, omwille van uw naam;
ook al3 zijn we vaak van U afgedwaald
en hebben we tegenover U gezondigd.
8
Hoop van Israël,
zijn Bevrijder in een tijd van verdrukking,
waarom zou U zijn als een vreemdeling in het land
als een reiziger die zoekt naar onderdak?
9
Waarom zou U zijn als een hulpeloos man
als een held niet in staat om te bevrijden?
U bent toch in ons midden, JHWH
uw naam is over ons uitgeroepen –
laat ons niet aan ons lot over!’4
10
Zo zegt JHWH over5 dit volk:
Ze hielden ervan te dolen6
hun voeten spaarden ze niet.
JHWH heeft geen plezier meer in hen
nú denkt hij aan hun overtredingen
en confronteert hen met hun zonden.
 

Noten

  1. Voor `im als ‘(ook) al’ vgl. Jer. 15,1.↩︎

  2. De ringcompositie met het markante `asa aan het slot van vs. 22 vraagt om ‘doen’, maar dat kan in het Nederlands niet zonder object.↩︎

  3. Ook ki kan concessief ‘ook al’ betekenen, zie HAL bet. 12. Met ‘want’ vertalen kán wel, maar NBG ‘51 wekt verwarring, alsof JHWH handelt vanwege de zonden van het volk; het ‘want’ slaat echter terug op het eerste versdeel. Ook asyndetisch (NBV) helemaal niet vertalen is een optie.↩︎

  4. Aldus NBG 51, lett. is het ‘niet met rust laten’ maar dat heeft in het Ned. een andere connotatie.↩︎

  5. Ook ‘tot’ is mogelijk, maar niet waarschijnlijk omdat in het vervolg in de 3e persoon over het volk wordt gesproken.↩︎

  6. In de betekenis van ‘afdwalen’, vgl. vs. 7.↩︎

Scroll naar boven