aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 3e van de Advent | Leesrooster | M
Rubrieken
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Joh. 1,1-14 Gods principe
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Genesis 22,1-24 De binding van Isaak
1Het geschiedde na deze gebeurtenissen: God beproefde Abraham.
Hij zei tot hem:
Abraham.
2Hij zei:
Hier ben ik.
Hij zei:
Neem toch je zoon, je enige die je lief hebt, Isaak
en ga jij maar het land Moria (Hereziena)
en doe hem daar opgaan ten brandoffer op één van de bergen; ik zal je zeggen welke.
3Abraham maakte zich vroeg in de morgen op, zadelde zijn ezel,
nam zijn beide jongens met zich mee en zijn zoon Isaak,
stond op en ging naar de plaats die God hem gezegd had.

4Op de derde dag sloeg Abraham zijn ogen op
en zag de plaats van verre.
5Abraham zei tot zijn jongens:
Zetten jullie je hier bij de ezel
dan zullen ik en de jongen daarheen gaan
ons in aanbidding neerwerpen
en dan tot jullie terugkeren.
6Abraham nam het hout voor het brandoffer
legde het op [de rug van] zijn zoon Isaak
nam in zijn hand de vuurdoos en het mes:
Zo gingen die twee tezamen.
7Isaak zei tot zijn vader Abraham:
Mijn vader!
Hij zei:
Hier ben, ik mijn zoon
Hij zei:
Hier is de vuurdoos en het hout
maar waar is het lam voor het brandoffer?
8Abraham zei:
God zal zelf voorzien in het lam voor het brandoffer, mijn zoon.
Zo gingen die twee tezamen.

9Zij kwamen op de plaats die God hem gezegd had.
Abraham bouwde daar het altaar,
schikte het hout
bond zijn zoon Isaak
en legde hem op het altaar bovenop het hout.
10Abraham strekte zijn hand uit
en nam het mes om zijn zoon te slachten.
11Maar een bode van JHWH riep tot hem vanuit de hemel:
Abraham, Abraham
Hij zei:
Hier ben ik.
Hij zei:
12Strek niet je hand uit naar de jongen
en doe hem niets!
Ja nu weet ik dat je godvrezend bent:
je zoon, je enige, heb je mij niet onthouden.
13Abraham sloeg zijn ogen op en zag,
kijk, daarachter een ram met zijn horens in het struikgewas verstrikt.
Abraham ging, nam de ram
en deed hem opgaan ten stijgoffer in plaats van zijn zoon.
14Abraham noemde de naam van plaats JHWH zal zien
waarvan nog vandaag gezegd wordt: op de berg van JHWH wordt erin voorzien.
15De bode van JHWH riep tot Abraham voor de tweede maal uit de hemel.
Hij zei:
16Ik zweer
-uitspraak van JHWH-
omdat je dit gedaan heb
je zoon, je enige, mij niet onthouden hebt
17dat ik je zegenen, ja zegenen  zal,
en talrijk maken, ja, talrijk maken je nazaten
als de sterren aan de hemel, als het zand aan de oever van de zee
Jouw nazaten zullen de poort van hun vijanden in bezit nemen.
18In jouw nazaten zullen al de volken van de aarde gezegend worden
daarom, omdat je gehoord hebt naar mijn stem.
19Abraham keerde terug naar zijn jongens
zij stonden op en zo gingen ze tezamen naar Berseba
En Abraham vestigde in Berseba.

20Het geschiedde na deze gebeurtenissen dat Abraham werd gemeld:
Kijk! Ook Milka heeft zonen gebaard aan je broer Nachor,
21Us als zijn eersteling, Buz zijn broer, Kemuël, de vader van Aram
22Kesed, Chazo, Pildas, Jidlaf en Betuël.
23Betuël verwekte Rebekka.
Deze acht heeft Milka aan Abrahams broer Nachor gebaard.
24Zijn bijvrouw nu, haar naam was Reüma,
ook zij baarde: Tebach, Gacham, Tachas en Maächa.

Afdrukken | vertaling door Wout van der Spek | bij Vierde zondag van de herfst
Laatste wijziging 6 Oct 2017 11:02:37
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: Gen. 22,1-19 , Gen. 22,1-18 , Gen. 22,1-18 , Gen. 22,1-19 , Gen. 22,1-18 , Gen. 22,1-18
Deze site heeft 255 leden, waarvan 0 online; Bezoekers: vandaag: 477; Colofon