aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 1e van de herfst | Leesrooster | M
Rubrieken
Agenda
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Hab. 3,1-19 dan nog...
Am. 8,4-7 Knoeien met geld en mensen
1Sam. 16,1-13 David tot koning gezalfd
Deut. 24,17-22 Recht van wees en weduwe
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Marcus 8,1-21 Horen, zien en... begrijpen?!
Marcus 8: 1 – 21
1In die dagen, toen er weer een grote menigte1 was en zij niets te eten hadden,
riep hij de leerlingen bij zich en zei hen:
2Ik word met ontferming2 bewogen over deze menigte,
want zij verblijven al drie dagen bij mij
en zij hebben niets te eten,
3en wanneer ik hen met lege maag3 laat gaan naar hun huis,
zullen ze onderweg in elkaar zakken;
en sommigen van hen zijn van ver.
4Zijn leerlingen antwoordden hem:
vanwaar zal iemand hen kùnnen verzadigen met broden,
hier in de woestijn?
5Hij vroeg hen: hoeveel broden hebben jullie?
Zij zeiden: zeven.
6En hij beval de menigte zich neer te zetten op de aarde;
hij nam de zeven broden, sprak de dankzegging,
brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen om hen voor te zetten
en zij zetten ze voor aan de menigte.
7Ze hadden een paar visjes;
hij sprak de zegen en zei hen ook die voor te zetten.
8En zij aten en werden verzadigd.
Zij raapten de overgebleven brokken – zeven manden.
9Zij waren ongeveer vierduizend
en hij liet hen gaan.
10Meteen stapte hij in het schip met zijn leerlingen
en kwam in de delen van Dalmanoutha.
11De Farizeeërs kwamen naar buiten en begonnen hem uit te vragen,
een teken uit de hemel bij hem zoekend om hem op de proef te stellen.
12Zuchtend in zijn geest zei hij:
Waarom zoekt dit slag mensen4   een teken?
Voorwaar ik zeg jullie: aan dit slag mensen zal géén teken gegeven worden.
13Hij liet hen daar achter, stapte weer in en ging weg naar de overkant.

14En ze vergaten broden mee te nemen
en behalve één brood hadden ze niets bij zich in het schip.
15Hij droeg hen op:
ziet toe, kijkt uit voor de zuurdesem van de Farizeeërs
en de zuurdesem van Herodes.
16Maar zij overlegden onder elkaar dat ze geen broden hadden.
17Hij wist (dat) en zei tegen hen:
waarom overleggen jullie dat je geen broden hebt?
Verstaan jullie nog niet en begrijpen jullie niet?
Hebben jullie een verhard hart?
Hebben jullie ogen, maar zien jullie niet?
En hebben jullie oren, maar horen jullie niet? (Jer. 5: 21; Ezech. 12: 2)
En herinneren jullie je niet
19toen ik de vijf broden brak voor de vijfduizend
hoeveel korven vol brokken jullie opraapten?
Zij zeiden hem: twaalf.
20En toen met de zeven voor de vierduizend,
hoeveel manden gevuld met brokken raapten jullie op?
Zij zeiden: zeven.
21En hij zei hen: begrijpen jullie nog niet?
Noten
1 Gekozen is voor het meer gangbare woord ‘menigte’ in plaats van ‘schare’.
2Het Griekse woord ‘Splanchnon’ heeft nauwe verwantschap met het hebreeuwse ‘Rèchem’, moederschoot en situeert bijna lijfelijk de plek van het erbarmen. Het grijpt je aan ‘in je binnenste’ als het ware. “Medelijden’ is mij dan te mager.
3 Letterlijk: nuchter of hongerig.
4 Ouderwets vertaald: dit geslacht. Maar hier is niet een heel geslacht bedoeld eerder een bepaald ‘slag’; vandaar deze vertaling.

Afdrukken | vertaling door Machteld | bij 10e zondag van de zomer
Laatste wijziging 19 Jul 2009 17:33:30
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: Mar. 8,1-21 De tweede broodvermenigvuldiging, Mar. 8,1-21 , Mar. 8,1-21 , Mar. 8,1-9
Deze site heeft 252 leden, waarvan 1 online; Bezoekers: vandaag: 50; Colofon