aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 1e van de herfst | Leesrooster | M
Rubrieken
Agenda
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Hab. 3,1-19 dan nog...
Am. 8,4-7 Knoeien met geld en mensen
1Sam. 16,1-13 David tot koning gezalfd
Deut. 24,17-22 Recht van wees en weduwe
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Johannes 9,1-41 De blindgeborene
Na de genezing van de eerstgeborene ontspint zich een strijd tussen de Joodse leiders en de man die door Jezus genezen werd.
De vertaling 'Joden'voor Ioudaioi lijkt mij hier misplaatst. De man was zelf een Jood; het gaat hier duidelijk om leidinggevende personen.
Johannes 9:1-41 De blindgeborene


1In het voorbijgaan zag hij een mens
die blind was van zijn geboorte af.
2Zijn leerlingen dan vroegen hem:
Rabbi, wie heeft gezondigd,
hij of zijn ouders,
dat hij blind geboren is?
3Jezus antwoordde:
Deze heeft niet gezondigd,
en zijn ouders evenmin.
Maar (hij is blind geboren)
opdat het werk van God in hem
geopenbaard zouden worden.
4Wij moeten de werken doen
van hem die mij gezonden heeft,
zolang het dag is.
Er komt een nacht,
waarin niemand kan werken.
5Zolang ik in de wereld ben,
ben ik het licht voor de wereld.
6Nadat hij dit gezegd had,
spuwde hij op de grond,
maakte slijk van dat speeksel
en streek dat slijk over zijn ogen.
7Hij zei tot hem:
Ga naar de vijver van Siloam
(Siloam betekent 'gezonden')
en was je.
Hij ging erheen, waste zich,
kwam terug, en kon weer zien.
8De buren dan
en zij die vroeger gezien hadden
dat hij bedelaar was, zeiden:
Is hij dat niet die zat te bedelen?
9Sommigen zeiden:
Dat is hij.
Anderen zeiden:
Nee, het is iemand die op hem lijkt.
Hij zelf zei:
Ik ben het wel.
10Zij zeiden dan tot hem:
Hoe zijn [dan] je ogen geopend geworden?
11Hij antwoordde:
De man die Jezus heet, maakte slijk,
streek daarmee over mijn ogen
en zei tegen mij;
'Ga naar Siloam en was je'
Ik ging erheen
en nadat ik mij gewassen had,
kon ik weer zien.
12Zij zeiden tegen hem:
Waar is hij?
Hij zei:
Ik weet het niet.
13En ze brachten hem die vroeger blind was
naar de Farizeeën.
14 Nu was het sabbat
op de dag waarop Jezus het slijk maakte
en zijn ogen opende.
15En opnieuw vroegen ook de Farizeeën hem:
hoe hij weer zien kon.
Hij zei tot hen:
Hij streek slijk over mijn ogen,
ik waste mij en ik kan weer zien.
16Sommigen van de Farizeeën zeiden:
Deze mens is niet van God,
want hij houdt de sabbat niet.
Maar anderen zeiden:
Hoe kan een mens die zondaar is, deze tekenen doen?
Er was verdeeldheid onder hen.
17Zij spraken de blinde opnieuw aan:
Wat zeg jij van hem?
Want jou heeft hij de ogen geopend.
Hij zei:
Hij is een profeet.
18De Joodse leiders geloofden niet,
dat hij blind geweest was
en weer zien kon,
totdat zij de ouders van hem die weer zien kon
hadden aangesproken
19en zij vroegen hun:
Is dit uw zoon,
waarvan u zegt dat hij blind geboren is?
Hoe kan hij nu dan zien?
20Zijn ouders antwoordden:
Wij weten dat dit onze zoon is
en dat hij blind geboren is.
21Maar hoe het komt dat hij nu kan zien
weten wij niet.
En wie hem de ogen geopend heeft
weten wij ook niet.
Vraagt u het hemzelf, hij is oud genoeg,
om voor zichzelf te spreken.
22Dit zeiden zijn ouders,
omdat zij bang waren voor de Joodse leiders.
Want die Joodse leiders hadden al onder elkaar besloten,
dat, indien iemand hem als Messias mocht belijden
hij uit de synagoge zou worden verbannen.
23Daarom zeiden zijn ouders:
Hij is oud genoeg, vraagt u het hemzelf.
24Zij riepen dan voor de tweede keer de man die blind geweest was
en zeiden tot hem:
Geef God de eer!
Wij weten dat deze mens een zondaar is.
25Maar hij antwoordde:
Of hij een zondaar is, weet ik niet.
Eén ding weet ik,
ik was blind en kan nu weer zien.
26Zij dan zeiden tot hem:
Wat heeft hij aan je gedaan?
Hoe heeft hij je ogen geopend?
27Hij antwoordde hun:
Ik heb het u al gezegd maar u hebt niet geluisterd.
Waarom wilt u het nog eens horen?
Wilt u soms ook leerling van hem worden?
28Maar zij scholden hem uit en zeiden:
Jij bent zelf een leerling van hem,
wij zijn leerlingen van Mozes.
29Wij weten dat God tot Mozes heeft gesproken,
maar van die man weten wij niet,
waar hij vandaan komt.
30De man antwoordde hen:
Dat is toch wonderlijk,
dat u niet weet waar hij vandaan komt,
maar hij heeft mijn ogen geopend.
31Wij weten dat God niet naar zondaars luistert,
maar als iemand God dient en zijn wil doet,
luistert hij naar hem.
32Sinds eeuwen is het niet gehoord
dat iemand de ogen heeft geopend
van een blindgeborene.
33Indien deze man niet van God gekomen was,
had hij niets kunnen doen.
34Zij gaven hem ten antwoord:
Jij bent geheel in zonden geboren
en wil jij ons iets leren?
En zij stootten hem uit.
35Jezus hoorde, dat zij hem uitgestoten hadden
en toen hij hem gevonden had
zei hij:
Gelooft u in de Mensenzoon?
36Hij antwoordde:
Wie is het dan, heer, dat ik in hem zou geloven?
37Jezus zei tot hem:
U hebt hem al gezien;
hij die met u spreekt is het.
38Hij zei:
Ik geloof, heer.
En hij knielde voor hem neer.
39Jezus zei:
Ik ben in deze wereld gekomen
om een oordeel uit te spreken,
opdat zij die niet zien, zien mogen,
en opdat zienden blind worden.
40Sommige Farizeeën die bij hem stonden
hoorden dat en zeiden tot hem:
Zijn wij soms ook blind?
41Jezus zei tegen hen:
Als u blind was,
zoudt u geen zonden hebben.
Maar nu u zegt: wij zien,
blijft uw zonde bestaan.

Afdrukken | vertaling door Soeting | bij 4e zondag van de 40 dagen
Laatste wijziging 6 Oct 2017 10:55:43
Reacties:
harrypals: zien en zalven [2008-02-26 15:55:02]
Een nauwkeurige en goed de grondtekst volgende vertaling, lijkt me — goed voor te lezen ook.
Ik heb er nog 2 opmerkingen bij:
— er worden 3 woorden voor 'zien' gebruikt: 'eiden' ('horao') in vs. 1, 'theoreo' in vs. 8 en 'blepo' elders; je vertaalt steeds met 'zien' — zit er betekenisverschil in? is dat in het Nederlands uit te drukken? Het lijkt erop dat 'horao' in vs. 1 een intensief zien weergeeft: Jezus zag die mens aan, en dan gebeurt er wat (zoals de Eeuwige Israel in Egypte zag); in vs. 8 is juist een afstandelijk zien geimpliceerd ('aanschouwen', 'waarnemen'): alleen maar een soort bedelaar — het is voorbij kijken. En 'blepo' wordt steeds gebruikt voor weer kunnen zien; de Naardense bijbel zegt steeds 'kijken', maar dat doet wat geforceerd aan;
— in vs. 6 vertaal je 'epichrio' met 'strijken' (meen ik, ik heb de tekst niet uitgedraaid), in vs. 11 (terugblik van de voormalige blinde) met 'zalven' — waarom? zalven is wel heel bijzonder, met wortels in de traditie  
Soeting: zien en zalven [2008-02-27 11:12:37]
EPICHRIOO - zalvden of strijken?
Je hebt gelijk; hier moet in het Nederlands niet gevarieerd worden. Ik kies in beide teksten, vs 6 en 11 voor strijken.
Soeting: Reactie op de opmerking van Harry Pals over de mogelijke verschillen tussen blepoo, horaoo, en theoreoo. [2008-02-27 10:56:15]
Ik weet het niet of er sprake is van verschil. Ook in hoofdstuk 20 worden deze drie werkwoorden gebruikt. In 20:8 staat: eiden kai episteusen, hij zag en geloofde. Hier zou horaoo een climax moeten  zijn, maar 6:40 — theooroon ton huion kai pisteuoon, wie de zoon ziet en gelooft — doet daar weer aan twijfelen. De commentaren van Barret, Bauer en Beasley-Murray zwijgen er nagenoeg over. Bultmann stelt bij Joh. 20:5 de vraag "Ist das blepei bewusst von dem theoorei V.6 ("er schaut sie an") unterschieden?" Hij weet het dus ook niet!

Andere vertalingen: Joh. 9,1-41 Wie is er ziende en wie is er blind?
Commentaar: Joh. 9,1-41 blind of ziende
Deze site heeft 252 leden, waarvan 1 online; Bezoekers: vandaag: 47; Colofon