aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 3e van de herfst | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
6e van de herfst, 23 oktober 2022
2 Koningen 4,8-37
Inleiding
Ik schreef over dit dodenopwekkingsverhaal drie artikelen: (1) 'Elisa en de verborgen God: 2 Koningen 4,8-37 — afbakening, opbouw en karakterisering van Elisa', te vinden op www.nicoriemersma.nl, blog 9 maart 2022; (2) 'Hoe een jong mens tot leven komt: Een close reading van 2 Koningen 4,32-35', in: Marieke den Braber & Willien van Wieringen (red.), Elia en Elisa (ACEBT 34), Amsterdam 2022, 21-34; (3) 'Een uitgebreide reactie op de kritiek [van Bob Becking], te vinden op www.nicoriemersma.nl, blog 11 mei 2022).
Vertaling
8En het gebeurde op een dag dat Elisa naar Sunem overstak.
Daar was een grote vrouw,
ze greep hem, dat hij (brood) zou blijven eten.

En het gebeurde, zo vaak als hij overstak,
dat hij zich daarheen wendde om er (brood) te blijven eten.
9En zij zei tegen haar man:
‘Zie toch, ik weet
dat de Godsman heilig is,
hij die steeds bij ons oversteekt.
10Laten wij toch een kleine, ommuurde bovenvertrek maken
en daar voor hem neerzetten:
een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar.
En het zal gebeuren, wanneer hij bij ons komt,
dat hij zich daarheen wendt.’

11En het gebeurde op een dag, dat hij daar kwam,
dat hij zich wendde naar het bovenvertrek
en zich daar neerlegde.
12Hij zei tegen Gehazi, zijn jongen:
‘Roep deze Sunamitische.’
Hij riep haar,
waarop zij voor hem ging staan.
13Hij zei hem:
‘Zeg toch tegen haar:
“Zie, u hebt zich voor ons veel beperkingen opgelegd.
Is dit wat wij kunnen doen voor u?
Kan ik voor u tot de koning spreken of tot de legeroverste?’
Zij zei:
‘Te midden van mijn volk verblijf ik.’
14Hij zei:
‘Wat kunnen wij doen voor haar?’
Gehazi zei:
‘Ach, zij heeft geen zoon,
en haar man is oud.’
15Hij zei:
‘Roep haar.’
Hij riep haar,
waarop zij in de deuropening ging staan.
16Hij zei:
‘Te bestemder, deze tijd, over een jaar,
zal het gebeuren dat u een zoon aan het omhelzen bent.’
Zij zei:
‘Nee, mijn heer, Godsman,
lieg niet tegen uw dienstmaagd.’
17De vrouw werd zwanger
en baarde een zoon.  
Op de bestemder tijd, over een jaar waarvan Elisa tot haar gesproken had, is het gebeurd.
18En het kind werd groot.

En het gebeurde op een dag
dat hij naar buiten ging, naar zijn vader, naar de maaiers.
19Hij zei tegen zijn vader:
‘Mijn hoofd, mijn hoofd!’
Hij zei tegen de jongen:
‘Neem hem mee naar zijn moeder.’
20En hij nam hem mee en bracht hem bij zijn moeder.
En hij zat tot de middag op haar knieën,
toen stierf hij.
21Zij ging op
en legde hem neer op het bed van de Godsman;
daarna sloot zij achter hem af
en ging naar buiten.
22Zij riep haar man en zei:
‘Stuur mij toch een van de jongens met een van de ezelinnen,
zodat ik snel naar de Godsman kan gaan en terugkeren.
23Hij zei:
‘Waarom zou je vandaag naar hem toe gaan?
Het is geen nieuwe maan en geen sabbat.’
Maar zij zei:
‘Sjaloom.’
24Toen zadelde zij de ezelin
en zei tegen haar jongen:
‘Drijf [haar] en ga;
houd voor mij niet in om door te rijden,
tenzij ik het je zeg.
25Hij ging
en kwam bij de Godsman, bij de berg Karmel.

En het gebeurde, toen de Godsman haar van een afstand zag,
dat hij tegen Gehazi, zijn jongen, zei:
‘Zie, zij daar is de Sunamitische.
26Nu, ga haar toch snel tegemoet
en zeg haar:
“Sjaloom voor u?
Sjaloom voor uw man?
Sjaloom voor uw kind?”’
Zij zei:
‘Sjaloom.’
27Ze kwam bij de Godsman, op de berg,
en greep zijn voeten.
Gehazi kwam naderbij om haar weg te duwen,
maar de Godsman zei:
‘Laat af voor haar,
want haar ziel is bitter bedroefd om haar,
en JHWH heeft het voor mij verborgen
en het mij niet bekendgemaakt.’
28Zij zei:
‘Heb ik een zoon van mijn heer gevraagd?
Heb ik niet gezegd:
“Schenk mij geen valse rust!”’
29Hij zei Gehazi:
‘Omgord je middel,
neem mijn staf in je hand
en ga;
als je iemand treft,
zegen hem niet,
en als iemand jou zegent,
geef hem geen antwoord.
Leg mijn staf op het gezicht van de jongen.
30De moeder van de jongen zei:
‘JHWH moge leven
en uw ziel moge leven,
ik zal u niet verlaten.’
Toen stond hij op en ging achter haar.
31Nadat Gehazi was overgestoken voor hen uit
legde hij de staf op het gezicht van de jongen,
maar een stem was er niet
en opmerkzaamheid was er niet.
Hij keerde terug, hem tegemoet,
en maakte hem bekend, zeggend:
‘De jongen is niet wakker geworden.’
32Toen Elisa bij het huis kwam,
zie, de jongen was dood
en op zijn bed neergelegd.
33Hij kwam,
sloot de deur achter hen beiden
en bad tot JHWH.
34Hij ging op
en legde zich neer op het kind,
legde zijn mond op diens mond,
zijn ogen op diens ogen
en zijn handen op diens handen.
Hij hurkte over hem heen
en het vlees van het kind werd warm.
35Hij keerde terug
en ging in het huis heen en weer.
Hij ging op  
en hurkte over hem heen.
Toen niesde de jongen tot zevenmaal toe;
en de jongen deed zijn ogen open.
36Hij riep tot Gehazi en zei:
‘Roep deze Sunamitische.’
Hij riep haar
en zij kwam naar hem toe;
hij zei:
‘Neem uw zoon mee.’
37Ze kwam,
viel voor zijn voeten neer
en boog zich ter aarde.
Zij nam haar zoon mee
en ging naar buiten.
Afdrukken | vertaling door Nico Riemersma | bij 6e van de herfst
Laatste wijziging 11 Jun 2022 09:56:15
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: 2Kon. 4,18-37 [OT] , 2Kon. 4,8-37 [OT] , 2Kon. 4,18-37 [OT] , 2Kon. 4,8-37 [OT] , 2Kon. 4,8-37 [OT-alt] , 2Kon. 4,8-37 [OT] , 2Kon. 4,18-37 [OT] , 2Kon. 4,8-37 [OT] , 2Kon. 4,8-37 [OT]

6e van de herfst - groen
Geen afbeelding opgegeven.

Overige teksten:

Luc. 18,9-14 [Evangelie]
2Kon. 4,8-37 [rector]

Deze site heeft 229 leden, waarvan 3 online; Bezoekers : vandaag: 617; Colofon