aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 2e van de herfst | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
, 30 november 1999
Exodus 22,1-30
God waagt het erop met de mensen
Inleiding
De wetten in Exodus zijn niet alleen maar een set regels. De bedoeling is dat het volk zich aan God toewijdt.
Vertaling
Een volk van onderdrukten, bevrijd uit Egypte. Hoe blijven ze een gemeenschap in de grote wereld tussen de andere volken in? Bevrijd zijn is één ding, een samenleving vormen is nog weer wat anders. En een volk van God zijn is nog weer heel wat anders.

Het boek Exodus geeft heel veel aandacht aan dat soort vragen. De bijbellezers van nu kijken meestal niet verder dan het thema bevrijding uit Egypte en het thema verbond van God met Israël. Maar het boek Exodus besteedt veel meer ruimte aan heel andere thema’s: de rechtsregels in hoofdstuk 21-23 die nodig zijn om een samenleving te bouwen en vanaf hoofdstuk 25 alle aanwijzingen die nodig zijn om het tentheiligdom te bouwen, omdat JHWH temidden van zijn volk wil wonen (Ex. 25:8). Moet een moderne lezer daar nog iets mee?

Geschiedenis
Als je directe aanwijzingen voor je geloof wilt hebben, dan schiet het niet zo op. Sommige van die rechtsregels zijn zo hard dat we ons er erg ongemakkelijk bij voelen. Terecht.

Maar misschien eerst eens mee lezen met de ervaringen van vele generaties van Israël: een volk zijn waar God wil verblijven, kan zoiets wel? Of moeten we lezen met de vraag wat het voor God betekende dat de dingen altijd weer anders liepen dan de bedoeling was. Dan lees je met andere ogen. Past JHWH wel in de godsdienst van mensen?

Zo’n vraag komt op als je ziet dat, net als in het vorige hoofdstuk, we ook in Exodus 22 twee soorten teksten tegenkomen: algemene bepalingen over recht en daar tussenin opeens teksten waarin JHWH “ik” zegt, en tegen Israël “jij” of “jullie”,  en hen vraagt zich hun eigen geschiedenis te herinneren. Eerst een paar van die regels voor de rechtsorde, die heel veel lijken op bepalingen uit het oud-oosterse recht bij andere volkeren.

1In het geval dat de dief bij een inbraak wordt betrapt
en hij wordt neergeslagen en sterft,
dan is er geen sprake van schuld aan doodslag.
2Wanneer de zon er over is opgegaan,
dan is er wel sprake van schuld aan doodslag

Er is een grens aan wat je je kunt permitteren als je een dief te lijf gaat. In het donker kan er van alles gebeuren, maar als het al licht geworden is, dan ben je schuldig, als je toch de dief doodslaat. Dan wordt het wraak. Ook het leven van de dief doet er toe. Hij moet de mogelijkheid hebben de schade te vergoeden, zoals dat ook in andere bepalingen staat.

De goden
In vers 6-8 gaat het om de vraag wie er aansprakelijk is, wanneer in bewaring gegeven goederen zijn verdwenen.

6Wanneer iemand aan een ander geld of goederen in bewaring geeft
en het uit diens huis gestolen is:
in het geval de dief wordt betrapt,
moet hij het dubbele vergoeden.
7Maar in het geval de dief niet wordt betrapt,
wordt de eigenaar van dat huis naar ‘de goden’ gebracht,
om te bepalen of hij zich aan het bezit van die ander heeft vergrepen.
8Bij elk geval van misdrijf,
inzake een os, een ezel, een schaap, een mantel,
of welk verlies dan ook, waarvan de eigenaar zegt:
dit hier is het in bewaring gegeven stuk,
dan moet de verklaring van hen beiden voor ‘de goden’ komen.
Degene die ‘de goden’ schuldig verklaren
moet aan de ander het dubbele vergoeden.

Iemand gaat lange tijd van huis en geeft daarom geld of sieraden bij iemand in bewaring. Maar het blijkt verdwenen, gestolen. Dan zijn er twee mogelijkheden. Als de dief wordt gevonden is het helder. De dief moet het dubbele geven als vergoeding.

Maar als de dief niet gevonden wordt: wie is er dan aansprakelijk? Klopt het verhaal van de diefstal wel? Op degene die goederen in bewaring had genomen komt een verdenking te liggen.

Hier speelt religie een rol: ‘de goden’ moeten erover beslissen, staat er. Is dat JHWH? Dat staat er niet en er staat ook echt een meervoud.1 Is het gewoon een ander woord voor heiligdom of rechters? De NBV zegt: ‘heiligdom’, oude vertalingen zeiden wel ‘rechters’, maar dan los je iets op wat de tekst zelf heeft laten staan. Het gaat om een antieke religieuze procedure. Beide partijen moeten een eed afleggen.2 Mocht iemand dat toch niet durven, dan zegt dat al genoeg, maar in ieder geval beslissen ‘de goden’ wie schuldig is.

Hoe heeft JHWH hier mee te maken? Deze teksten zijn vanaf Exodus 21 immers woorden die JHWH aan Mozes meegeeft voor het volk. Maar verder gaat de tekst niet. Die zet er gewoon nog iets anders naast. Er zijn rechtsregels voor de maatschappelijke orde, maar er zijn ook nog andere rechtsregels, waarbij God zelf uitlegt waarom die belangrijk zijn: je moet je als volk je eigen geschiedenis herinneren. Jullie waren toch zelf ooit vreemdelingen in Egypte?

20Een vreemdeling moet je geen kwaad doen,
En hem niet onderdrukken.
Want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte.
21Geen enkele weduwe en wees moet je slecht behandelen.
Als je die echt slecht behandelt,
22wees er zeker van, wanneer hij luid naar mij roept
dat ik zijn geroep beslist zal horen.
23zodat ik mij kwaad maak en jullie door het zwaard zal ombrengen.
En dan zijn jullie eigen vrouwen weduwe en jullie kinderen zijn wezen.

Er is niet alleen een rechtsorde, “Ik” ben er ook zelf bij, dat zou je je moeten herinneren. Harde taal, zoals ook de profeten die gebruikten, om evenwicht te herstellen. Maar het gaat nog verder. God is geen hogere morele agenda, hij vraagt erkenning, bijvoorbeeld door het afstaan van de ‘eersteling’.

27Jij moet God niet minachten
en een hooggeplaatste in jouw volk niet vervloeken.
28De eersteling van jouw graanoogst en jouw wijnoogst moet je niet achterhouden.
De eerstgeborene van jouw zonen moet je aan mij geven.
29Hetzelfde moet je doen met je koe en je schaap.
Zeven dagen moet hij bij zijn moeder zijn,
Op de achtste dag moet je hem aan mij geven.
30Geheiligde mensen moeten jullie voor mij zijn.

Hoge inzet
Als JHWH, zoals in dit hoofdstuk, tussen de rechtsregels in zijn eigen stem laat horen, blijkt de inzet heel hoog: ‘Toegewijde en geheiligde mensen moeten jullie zijn’ (al in Ex. 19:6). En: ‘Ik wil tussen jullie wonen’ (Ex. 25:8). Kunnen mensen dat aan? En: houdt God dat vol?

Mozes moet daar nog een heftig dispuut met JHWH over voeren (Ex. 33) en omgekeerd doet JHWH dat later met zijn volk in ballingschap (Ezechiël 20: 25). ‘Jullie moesten je eerstgeborene aan mij wijden, maar niet offeren! Als je dat in mijn woorden in Exodus 22: 28 hebt gelezen, dan heb ik jullie kennelijk verkeerde geboden gegeven. Wij beginnen opnieuw.’ In Exodus 34:20 stond dat trouwens al: de eerstgeborene van je zonen moet je loskopen. Maar het is duidelijk, een heilig volk en God in hun midden, dat is geen vanzelfsprekendheid.

De rechtsregels uit Exodus blijken het begin van een lange reis. Je kunt ze met een zekere afkeer lezen: wat hard! Je kunt ze ook lezen als een begin-episode uit die reis waarin God met Israël een eigen plek zoekt tussen de culturen en de godsdiensten en ook heel gemakkelijk allerlei rechtspraktijken overneemt uit de omringende culturen. Isolement bestaat niet.

Daarna kom je bij de vragen die ons de hele bijbel door zullen bezighouden: een volk van geheiligde mensen, gaat dat lukken?  Een God die tussen de mensen wil wonen, is dat tot stand gekomen? Exodus geeft niet een antwoord, we zijn net begonnen.


Eep Talstra is emeritus hoogleraar Bijbelwetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Dit commentaar is eerst in Het Goede Leven (een uitgave van Friesch Dagblad B.V) verschenen.
Wij danken de redactie voor de mogelijkheid dit commentaar op onze site te kunnen plaatsen.
Noten
1schuldig verklaren
2Het Nederlands Burgerlijk Wetboek kende ook de beslissende eed, art. 1966 – 1976 BW (oud). Inmiddels vervallen. wlp
Afdrukken | Exegeses door ETCBC | bij
Laatste wijziging 3 Nov 2020 17:44:35
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Bijbelvertalingen: Ex. 22,21-27 [OT] , Ex. 22,20-26 [OT]

-
Geen afbeelding opgegeven.

Overige teksten:

Zach. 14,1-21 [OT]
Est. 9,1-1 [OT-alt]
Luc. 13,1-9 [Evangelie]
Hand. 20,13-38 [Evangelie]
Luc. 15,1-10 [Evangelie]
Luc. 15,1-10 [Evangelie]
Luc. 19,41-48 [Evangelie]
Luc. 19,41-48 [Evangelie]
Luc. 2,21 [Evangelie]
Luc. 12,35-40 [Evangelie]
Luc. 12,35-40 [Evangelie]
Luc. 2,21-21 [Evangelie]
Ex. 10,1-27 [OT]
Mat. 21,1-11 [Evangelie]
Mat. 10,34-42 [Evangelie]
Mat. 10,34-42 [Evangelie]
Mat. 10,34-42 [Evangelie]
Ex. 8,12-28 [OT]
Ex. 9,1-29 [OT]
Ex. 14,15-31 [OT]
Zach. 9,9-13 [Commentaar]
Jes. 55,6-13 [OT]
1Petr. 2,1-10 [Epistel]
Ex. 4,18-26 [OT]
1Sam. 16,1-23 [OT-alt]
2sam. 15,1-12 [OT-alt]
Ex. 6,6-20 [OT]
Ex. 6,6-20 [OT]
Jer. 23,1-6 [OT]
Ex. 4,18-26 [OT]
Ex. 2,1-10 [OT]
Mat. 5,1-12 [Commentaar]
Ex. 5,1-23 []
Ex. 5,1-23 [OT]
Joh. 16,16-24 [Commentaar]
Jes. 43,18-25 [Commentaar]
Num. 11,24-29 [OT]
Mi. 5,1-14 [Commentaar]
Gal. 4,1-7 [Epistel]
Luc. 1,24-25 [Evangelie]
Zach. 8,1-6 [OT]
Zach. 8,18-23 [OT]
Ex. 3,1-14 [OT]
2Kon. 2,1-18 [OT-alt]
Zach. 10,3-12 []
Ex. 2,11-24 [OT]
Jes. 1 [OT]
Ex. 12,1-51 [OT]
Ex. 13,1-16 [OT]
Ex. 14 [OT]
Luc. 11,32-40 [Evangelie]
Luc. 17,11-19 [Evangelie]
Ex. 21,1-11 [OT]
Ex. 21,12-25 [OT]
Ex. 22,1-30 [OT]
Ex. 8,27-27 [OT]
Joh. 6,1-15 [Commentaar]

Deze site heeft 247 leden, waarvan 0 online; Bezoekers : vandaag: 37; Colofon