aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 3e na Trinitatis | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
5e van de 40 dagen, 29 maart 2020
Johannes 11,17-44
Inleiding
het twaalfde teken: preludium op de opstanding
Vertaling
17Wanneer Jezus aankomt1 ,
blijkt hem dat hij al vier dagen in het graf2 is gelegen3 .
18Bethanië4 is dichtbij5 Jeruzalem gelegen, ongeveer vijftien stadiën:
19velen van de Judeeërs waren al aangekomen bij Martha en Maria
om hen te troosten6 vanwege hun broer.
20Zodra dan Martha hoorde:
Jezus komt,
was zij hem tegemoet gegaan,
maar Maria bleef thuis zitten.
21Toen zei Martha tegen Jezus:
Heer, wanneer jij hier was geweest,
zou mijn broer niet zijn gestorven.
22Maar ook nu weet ik
dat wat jij God ook zou vragen,
God zou het je geven.
23Jezus zegt tegen haar:
Hij zal opstaan7 , je broer.
24Martha zegt tegen hem:
Ik weet dat hij zal opstaan bij de opstanding
op de laatste dag.
25Jezus zegt tegen haar:
Ik ben de opstanding en het leven:
wie mij vertrouwt,
ook al is hij gestorven, hij zal leven.
26En al wie leeft
en mij vertrouwt,
zal niet sterven tot de komende eeuw8
Vertrouw je daarop?
27Zij zegt hem:
Zeker Heer,
ik ben tot het volle vertrouwen9 gekomen
dat jij de gezalfde bent,
de zoon van God die tot de wereld komt.
28Wanneer zij dat gezegd heeft,
gaat zij weg
en roept Maria haar zuster;
zachtjes zegt zij:
De leraar is er en hij laat je roepen...
29Zij, zodra zij dat hoort, ontwaakt ze snel10
en kwam naar hem toe.
30Nog was Jezus niet in het dorp aangekomen,
maar hij was nog op de plaats waar Martha hem heeft ontmoet.
31Toen dan de Judeeërs die bij haar thuis waren
en haar troosten,
Maria snel zagen opstaan en naar buiten gaan,
volgden zij haar in de veronderstelling
dat zij naar het graf gaat om daar te treuren11 .
32Toen Maria dan kwam waar Jezus was
en hem zag,
viel ze neer voor zijn voeten
en zegt tegen hem:
Heer, wanneer jij hier was geweest,
zou mijn broer niet zijn gestorven.
33Jezus, wanneer hij ziet
hoe zij treurt
en de Judeeërs die met haar zijn meegekomen, treuren,
wordt hij woedend in zijn geest
en geschokt in zichzelf.
34Hij zegt:
Waar hebben jullie hem gelegd?
Zij zeggen hem:
Heer, kom en zie.
35Jezus breekt uit in tranen12 .
36Toen zeiden de Judeeërs:
Zie toch hoe zeer hij op hem gesteld was!
37Maar sommigen van hen zeiden:
Had deze die de ogen van de blinde heeft geopend,
niet kunnen maken dat deze13 niet was gestorven?
38Jezus, opnieuw woedend in zichzelf, komt bij het graf.
Het was een spelonk en een steen14 lag ervoor.
39Jezus zegt:
Doet de steen weg!
Dan zegt zuster van de overledene15 , Martha, tegen hem:
Heer, het ruikt al, want het is de vierde dag!
40Jezus zegt haar:
Heb ik je niet gezegd dat je,
wanneer je zult vertrouwen de glorie van God zult zien?
41Dus heffen ze de steen op
en Jezus heft zijn ogen op en zegt:
Vader ik dank je dat je mij hoort;
42ik heb geweten dat je mij altijd hoort,
maar vanwege de menigte die eromheen staat
spreek ik, opdat zij zullen vertrouwen
dat jij mij hebt gezonden.
43Dat gezegd hebbende,
schreeuwt hij met luide stem16 :
Lazarus17 , hier­heen! naar buiten!
44Naar buiten komt de gestorvene18 ,
de voeten en de handen gebonden19 met windsels
en zijn gezicht met een handdoek20 omwonden21 .
Jezus zegt tegen hen:
Maak hem los22 en laat hem weggaan23 .
Noten
1presens en aoristus wisselen elkaar af, gekozen voor de presensvorm, tenzij uitdrukkelijk anders
2μνημεῖον, Vulg. monumentum — gedenkplaats, cf. Joh. 20:11
3participium
4cf. Joh. 1:28, waar Johannes doopt, niet geografisch maar Joh. 10:40 verwijzing naar de doop van Jezus
5ἐγγύς — cf. Joh. 19:20, 42
6παραμυθέομαι — troosten, aanmoedigen, vermanen
7ἀνίστημι — 5x: Joh. 11:23, 24, 24, 25, 31
8cf. Joh. 5:24; עוֹלָם הַבָּא, "de komende wereld", joodse eschatologie, want concentratie op העולם הזה "deze wereld" (Israëlisch weekblad van 1937-1993, vergelijkbaar met Panorama). Het "afterlife" als עוֹלָם הַבָּא, Gan Eden
9perf
10ταχύ — ook in 31, cf Joh. 20:4
11κλαίω — 31 en 2x 33, cf. Joh. 20:11 2x, 13, 15
12δακρύω
13Harry Pals wijst terecht op 2x οὗτος: zowel Jezus als Lazarus
14λίθος — cf. Joh. 20:1
15cf. vs 44
16cf. Joh. 5:25 en Joh. 10:4
17Eleazar, cf. Jozua 14:1 / Jezus en Lazarus: Joz. 24:30,33; zoon van Aäron Lev. 10:6, Num. 20:25-28
18θνήσκω — itt vs 39: τελευτάω
19δεδεμένος van δέω
20σουδάριον cf. Joh. 20:7
21περιδέω
22cf. Ps. 116:3 en 16
23het 12de teken. cf. Joh. 18:8
Afdrukken | vertaling door wiersma | bij 5e van de 40 dagen
Laatste wijziging 16 Jan 2021 12:25:25
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: Joh. 11,1-44 [Evangelie]

5e van de 40 dagen - paars
Geen afbeelding opgegeven.

Overige teksten:

Joh. 11,17-44 [Evangelie]
Ez. 37,1-14 [OT]
Ex. 9,13-35 [OT-alt]

Deze site heeft 246 leden, waarvan 1 online; Bezoekers : vandaag: 11; Colofon