aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 1e van de zomer | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
onbekend, 30 mei 2015
Exodus 16,25-34
Oefentijd voor God en mensen
Inleiding
De jaren in de woestijn zijn niet alleen oefentijd voor het volk Israël, maar ook voor God zelf. Kan God inderdaad bij mensen wonen? Beseffen mensen wie hij is, en houdt hij het zelf vol?
Vertaling
Oefenen voor de Sjabbat gaat niet zo soepel in Exodus 16. Het is immers ook iets nieuws. Het woord ‘sjabbat’ wordt hier voor het eerst gebruikt. Pas later, in de tien geboden, klinkt de opdracht om de sjabbat te onderhouden.
Dat moeten we wel even vaststellen. Anders dan we wel verwachten van godsdienst, komen geboden niet ongemotiveerd uit de lucht vallen. Goden die dat wel zo doen, snappen het leven niet zo goed. De bevrijding uit Egypte is hét argument om het leven opnieuw in te richten, zegt JHWH (Exodus 20:2).
De tocht naar de berg Sinaï blijkt nu een periode om dat te oefenen, om te leren hoe vertrouwen, liturgie en leven samengaan. Maar dat heeft wel tijd nodig. Dat zie je aan de mannaverhalen. De eerste test in vertrouwen was de opdracht om het manna voor elke dag niet een nacht over te bewaren. Sommigen probeerden dat toch (vers 20). Het resultaat: maden en wormen. In moderne termen: gulzigheid en vervuiling liggen vlak bij elkaar.
Nu, op de zevende dag, gaat de test andersom. In vers 23 ontdekte Mozes dat de dubbele portie manna op de zesde dag bedoeld was om de sjabbat te leren houden. Je kunt vandaag het manna rustig de nacht over bewaren, het zal deze keer niet bederven

25Mozes zei:
Eet dit1 vandaag, want deze dag is een sjabbat voor JHWH.
Vandaag zullen jullie het niet aantreffen op het veld.
26Zes dagen kunnen jullie het verzamelen.
Maar op de zevende dag is het sjabbat, dan is het er niet.

Maar ja, dat kan Mozes nu wel zeggen… Misschien is er toch nog wel wat méér te vinden? Klinkt ook heel modern. Maar, inderdaad, er blijkt geen manna te liggen op de sjabbat.
Het irriteert JHWH: Gaat dit nog lang zo door? Is het zo moeilijk om mijn instructie, de Tora, op te volgen? Dit gaat toch niet over veeleisende religieuze praktijken? Dit gaat over voedsel en regelmaat in het leven! Of is dat te simpel?

27Toch zijn op de zevende dag sommigen uit het volk er op uitgegaan, om te verzamelen,
maar ze hebben niets aangetroffen.
28JHWH zei tegen Mozes:
Hoe lang gaat dat nog duren,
dat jullie weigeren om mijn opdrachten en mijn instructie te respecteren?
29Begrijp dat nu toch:
JHWH heeft aan jullie de sjabbat gegeven.
Om die reden geeft hij jullie op de zesde dag brood voor twee dagen.
Jullie moeten ieder thuis blijven.
Niemand mag zijn plaats verlaten, op de zevende dag.
30Toen hield het volk de sabbatsrust op de zevende dag.
31Het huis Israël noemde het (brood): ‘man’.
Het is wit als korianderzaad en het heeft de smaak van honingkoek.

Dan begint het volk de sjabbat te houden. En begint ook de taal van hoofdstuk 16, net als in de eerste verzen, weer meer liturgisch te klinken. Het ‘huis Israël’ staat er. Dat roept het beeld op van Israël als één gemeente. Die term wordt nog één andere keer gebruikt in Exodus, in het allerlaatste vers (40:28) bij de voltooiing van het tentheiligdom, waarmee Exodus wordt afgesloten. Moderne vertalingen doen er niet zo veel mee, maar het is toch wel een signaal: deze oefentijd in de woestijn moet leiden tot een gemeente die met de Tora alvast vertrouwd is geraakt. De geboden komen later maar de term Tora, instructie, wordt nu al gebruikt, eerst bij Pesach en de eerstgeborene in hoofdstuk 12 en 13, en nu bij de sjabbat in hoofdstuk 16, Praktijkoefeningen met de Tora.

Maar je kunt het ook een oefentijd voor God zelf noemen: het schuurt voortdurend pijnlijk tussen JHWH en Israël, al vanaf het water bij Massa (Exodus 15:25). En dat gaat door, totdat JHWH zich, bij het religieuze evenement rond het gouden kalf, begint af te vragen of hij nog wel wil doorgaan met zijn project Israël.

Liturgie

Het boek Exodus combineert in de eerste helft de ervaring van bevrijding met de ervaringen van angst en wantrouwen. Want zo zit het leven in elkaar. Het tweede deel van het boek, vanaf hoofdstuk 20, gaat vervolgens over liturgie: de bekendmaking van Gods instructies, en het bouwen van de liturgische ruimte, het tentheiligdom.
Liturgie blijkt hier niet een vorm van religieuze expressie en diepe beleving. Dit gaat over de fundamentele vraag die daar onder ligt: kán dat, JHWH die bij mensen woont? (25:8) Houdt hij dat vol? Beseffen mensen wie hij is?
Het slot van Exodus 16 neemt daar een voorschot op. Je moet beseffen wat je viert of herdenkt. Komende generaties moeten die eerste ervaringen en oefeningen van de woestijntijd kunnen vasthouden. Weten wat manna is bijvoorbeeld.

32 Mozes zei:
JHWH heeft de volgende opdracht gegeven.
‘De hoeveelheid van een omer2 manna is ‘iets om te bewaren’ voor jullie generaties!’
De bedoeling is dat zij het brood zien dat ik jullie in de woestijn te eten heb gegeven,
toen ik jullie uit het land Egypte heb bevrijd.

Het woord voor ‘iets om te bewaren’ betekent: dat wat je bewaart omdat je het nog nodig hebt. Ik kan er niet een goed Nederlands woord voor vinden. Het woord werd ook gebruikt bij het Pesach in Exodus 12:6 en in nu alleen in hoofdstuk 16 bij manna en sjabbat.
Liturgie in Exodus is oefenen in ontvangen en in vasthouden. Je kunt veel Praise the Lord zingen, terecht trouwens, maar weet je nog waarom? En dat God al vanaf het boek Exodus soms heel diep moest gaan om het met zijn volk vol te houden? Kan liturgie ook over God gaan en niet meteen over onszelf?

33Mozes zei tegen Aäron:
Neem een kruik en doe daar de hoeveelheid van een omer in.
Plaats die in de tegenwoordigheid van JHWH
als ‘iets om te bewaren’ voor jullie generaties.
34Zoals JHWH aan Mozes opgedragen had.
En Aäron plaatste die in de tegenwoordigheid van de verbondsakte
als ‘iets om te bewaren’.

Vers 34 loopt een beetje krom, maar dat heb ik maar zo gelaten.
Exodus is over de sjabbat nog lang niet uitgepraat. Sjabbat is hierna een thema in de geboden en ook weer bij de bouw van het tentheiligdom. Dus daar moeten we het nog over hebben. Maar voorlopig alleen even over die kruik met manna.

Aangepast plot
De liturgie van ontvangen en vasthouden is zo belangrijk dat het plot van het boek Exodus er even voor moet worden aangepast. Zoals het woord ‘Tora’ al lang vóór de Sinaï klonk, zo klinkt hier ook het woord ‘verbondsakte’ (getuigenis) veel te vroeg. Pas in hoofdstuk 25 en 32 zal God zelf die verbondsakte, op de twee stenen tabletten, aan Mozes geven. Dus dat Aäron nu al de kruik met manna vóór de verbondsakte moet neerleggen, dat kan niet.
Nee, maar het moet toch alvast, want de dingen horen bij elkaar en dus worden hier kennelijk verschillende tradities met elkaar verbonden: Tora, verbond, en de ervaring, de speciale kruik met manna. Hij heeft ons in leven gehouden en zo hebben we ook geleerd wat ‘de sjabbat houden’ is.

Dr. Eep Talstra is emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Vrije Universiteit

Dit commentaar is eerst in CW opinie verschenen, zie:www.cw-opinie.nl Wij danken de redactie voor de mogelijkheid dit commentaar op onze site te kunnen plaatsten
Noten
1brood, vs. 22
2vers 16
Afdrukken | Exegeses door ETCBC
Laatste wijziging 28 Aug 2019 16:00:59
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: Ex. 16,1-36 [Commentaar] Manna!, Ex. 16,13-28 [Commentaar] De woestijn als Oefenterrein
Bijbelvertalingen: Ex. 16,28-36 [OT-alt] , Ex. 16,1-27 [OT-alt]

-
Geen afbeelding opgegeven.

Deze site heeft 246 leden, waarvan 3 online; Bezoekers : vandaag: 22; Colofon