aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 3e van de Advent | Leesrooster | M
Rubrieken
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Joh. 1,1-14 Gods principe
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Job 2,1-13
1En het geschiedde op zekere dag
dat de godenzonen aantraden
om zich te presenteren ten overstaan van JHWH;
en ook de satan1 trad aan in hun midden
om zich te presenteren ten overstaan van JHWH.
2JHWH zei tegen de satan:
Waar komt u vandaan?
De satan antwoordde JHWH en zei:
Van het rondtrekken op de aarde
en erop rondwandelen.
3JHWH zei tegen de satan:
Hebt u gelet op mijn dienaar Job?
Want er is niemand als hij op de aarde
een oprecht en integer man, godvrezend en zich ver houdend van kwaad
en hij houdt nog vast aan zijn oprechtheid,
zodat u mij voor niets tegen hem hebt opgezet om hem te gronde te richten.
4De satan antwoordde JHWH en zei:
Huid voor huid,2
en alles wat de man heeft,
geeft hij voor zijn levensgeest.
5Maar strek uw hand uit
en kom aan zijn gebeente en zijn vlees:
dan zal hij u toch wel in uw aangezicht ‘zegenen’3
6JHWH zei tegen de satan:
Zie hem, hij is in uw hand;
alleen: spaar4 zijn leven.
7En de satan ging uit
van bij het aangezicht van JHWH
en hij sloeg5 Job met kwaadaardige zweren6
van de zool van zijn voet tot aan zijn kruin.
8En hij7 nam een potscherf
om zich te krabben
en hij bleef zitten te midden van het stof8 .

9Zijn vrouw zei tegen hem:
Blijf jij nog vasthouden aan jouw oprechtheid?
'Zegen’9 God en sterf10 !
10Hij zei tot haar:
Zoals het spreken van een van de dwaze vrouwen spreek jij.
Heb11 ik het goede van de kant van God ontvangen –
zou ik dan niet ook12 het kwade ontvangen?
In dit alles heeft Job niet gezondigd met zijn lippen.

11Drie13 vrienden van Job hoorden
van al dit kwaad dat over hem gekomen was
en zij gingen, ieder vanuit zijn woonplaats,
Elifaz de Temaniet en Bildad de Suchiet
en Sofar de Naämatiet
en zij kwamen tezamen
om te gaan, om hem hun14 medeleven te betuigen en om hem te troosten.
12Toen zij hun ogen van verre opsloegen, herkenden zij hem echter niet
en zij verhieven hun stem en klaagden;
en zij scheurden ieder zijn (boven)kleed
en zij strooiden stof over hun hoofden hemelwaarts.  
13En ze zaten met hem op de grond
zeven dagen en zeven nachten
en de hele tijd spraken ze geen woord met hem
want zij zagen dat de pijn zeer groot was.
Noten
1de satan: een bepaalde functionaris in de hemelse raad, te vergelijke met een aanklager of officier van justitie
2Huid voor huid: is dit een uitdrukking die te vergelijken is met ‘oog om oog’ (Exod. 21,24; Lev. 24,20; Deut. 19,21), waar het om gelijkheid en evenwicht in de strafmaat gaat? Zo verklaart Friedrich Delitzsch, Das Buch Hiob neu übersetzt und kurz erklärt. Ausgabe mit sprachlichem Kommentar, Leipzig, J.C. Hinrichs’sche Buchhandlung, 1902, blz. 10, noot a deze uitdrukking. Maar in de parallelplaatsen wordt nergens בַּעַד gebruikt. Vgl. Waltke-O’Connor § 11.2.7 a 5: ‘This last sense rarely entails an exchanged commodity (# 5).’ Hier is dus een soort wisselkoers of prijs bedoeld; z. nog HALOT i.v. I בַּעַד. En daarop voortbordurend: ‘met gelijke munt betalen’, dus ongeveer: ‘wie goed doet, goed ontmoet’; ‘toen God Job goed behandelde, bewees Job eer aan God’? Of (gezien de parallellie): het ‘alles’ is evenveel waard als zijn levensgeest (en omgekeerd).
3zegenen: een eufemisme voor ‘vervloeken’; z. nog Job 1, 5 en 11; 2,9.
4Spaar zijn leven: Lett. ‘waak over zijn levensgeest.’
5sloeg: Een ander werkwoord dan in v. 5!
6zweren: collectief gebruikt, de tekst geeft een enkelvoud.
7hij nam: Hebr.: ‘hij nam voor zich.’
8stof: ‘The waste heaps in front of the village, the mezbele’, Musil, Arabia 3:413. Het gaat om de – soms zeer hoge (z. v. 12) – vuilnisbelt buiten het dorp of de stad, die bij tijd en wijle in brand gestoken wordt.
9Zegen: Mogelijkerwijs is ‘zegenen’ hier niet als eufemisme voor ‘vervloeken’ bedoeld, zoals in v. 5, maar in ironische zin.
10sterf: Of: ‘en je zult sterven’, z. Gesenius-Kautzsch § 110 f en Joüon-Muraoka § 116 f.
11Heb … ontvangen / zou … ontvangen?: Twee vraagzinnen na elkaar; z. Gesenius-Kautzch § 150a.
12ook: Voor deze verplaatsing van ‘ook’ (גַּם) naar het tweede van de twee nevenschikkende zinnen z. Gesenius-Kautzsch § 153.
13Drie: Bij de introductie van de vrienden zijn zij nog onbepaald; z. Joüon-Muraoka § 137 n 2.
14hun medeleven te betuigen: Lett.: ‘hun hoofden te schudden.’

Afdrukken | vertaling door L vd Bogaard | bij 2e na Trinitatis
Laatste wijziging 27 May 2018 10:25:24
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Deze site heeft 255 leden, waarvan 1 online; Bezoekers: vandaag: 432; Colofon