aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 1e van de herfst | Leesrooster | M
Rubrieken
Agenda
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Hab. 3,1-19 dan nog...
Am. 8,4-7 Knoeien met geld en mensen
1Sam. 16,1-13 David tot koning gezalfd
Deut. 24,17-22 Recht van wees en weduwe
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Johannes 9 zonde die blijft
1Hij ging voorbij en zag een man,
blind vanaf zijn geboorte.
2Zijn leerlingen vroegen hem:
Rabbi, wie heeft er gezondigd?
Deze (man) of zijn ouders,
omdat hij blind geboren is?
3Jezus antwoordde:
Noch deze (man) heeft gezondigd,
noch zijn ouders, maar (dit is gebeurd)
opdat de daden van God in hem openbaar zouden worden.
4Wij moeten de daden doen van hem die mij gezonden heeft zolang het dag is.
Er komt een nacht waarin niemand meer iets kan doen
5Wanneer ik in de wereld ben, ben ik het licht der wereld.
6Toen hij dat gezegd had spuugde hij op de grond,
maakte modder met het speeksel
en smeerde die als zalf op zijn ogen.
7Hij zei tegen hem:
Ga heen om je te wassen in het bekken van Siloam (dat betekent: gezondene).
Hij ging, waste zich en kwam ziende terug.
8Zijn buren en degenen die hem eerder gezien hadden
toen hij een bedelaar was, zeiden:
Is dit niet die zat te bedelen?
9Sommigen zeiden:
Dat is hij!
Anderen:
Nee, maar hij lijkt op hem!
Zelf zei hij:
Ik ben het.
10Men vroeg hem:
Hoe zijn jou de ogen dan geopend?
11Hij antwoordde:
De man die men Jezus noemt maakte modder,
smeerde die als zalf op mijn ogen en zei mij:
ga naar Siloam en was je.
Daar ben ik heen gegaan,
heb me gewassen en ik zag!
12Men zei tegen hem:
Waar is hij?
Hij zegt:
Dat weet ik niet.
13Men bracht hem die ooit blind was naar de Farizeeërs.
14Het was sabbat, de dag waarop Jezus de modder maakte
en hem de ogen had geopend.
15Opnieuw vroegen (nu) ook de Farizeeërs hoe hij kon zien.
Hij zei hen:
Hij legde modder op mijn ogen,
ik heb mij gewassen en ik zie.
16Sommige Farizeeën zeiden:
Deze mens komt niet van God,
want hij houdt de sabbat niet!
Maar anderen zeiden:
Hoe zou een zondig mens zulke tekenen kunnen doen?
Er was een scheuring onder hen.
17Dan zeggen zij opnieuw tegen de blinde:
Wat zeg jíj over hem,
dat hij jou de ogen geopend heeft?
Hij zei:
Hij is een profeet.
18De Judeeërs geloofden niet dat hij blind was en weer kon zien
totdat zij de ouders van hem die weer ziende geworden was
geroepen hadden.
19Zij vroegen hen:
Is dit uw zoon, waarvan u zegt dat hij blind geboren is?
Hoe kan hij nu dan zien?
20Zijn ouders antwoordden:
Wij weten dat dit onze zoon is
en dat hij blind geboren is.
21Hoe hij nu kan zien, dat weten we niet.
Of iemand zijn ogen geopend heeft weten wij niet.
Vraag hem! Hij heeft de leeftijd.
Hij kan hier zelf over spreken.
22Dat zeiden zijn ouders omdat zij bang waren voor de Judeeërs.
De Judeeërs waren namelijk al overeen gekomen
dat wie hem als Gezalfde zou belijden buiten de synagoge zou geraken.
23Daarom zeiden zijn ouders:
‘Hij heeft de leeftijd, vraagt hemzelf'.
24Toen riepen zij de man die blind was opnieuw en zeiden hem:
Geef eer aan God, want wij weten dat die man een zondaar is.
25Maar hij antwoordde:
Of hij een zondaar is weet ik niet.
Eén ding weet ik: ik was blind en nu kan ik zien.
26Zij vroegen hem:
Wat heeft hij jou gedaan?
Hoe heeft hij jouw ogen geopend?
27Hij antwoordde hen:
Dat heb ik jullie al gezegd, maar jullie luisteren niet.
Waarom willen jullie het opnieuw horen?
Willen jullie soms ook leerlingen van hem worden?
28Maar zij voeren tegen hem uit en zeiden:
Jij bent een leerling  van hem,
maar wij zijn leerlingen van Mozes.
29Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft,
maar waar dié vandaan komt weten wij niet
30De man antwoordde hen:
Ligt hierin dus het wonderlijke
dat jullie niet weten waar hij vandaan komt
en hij mij toch de ogen geopend heeft?
31Wij weten dat God niet naar zondaars luistert.
Maar wanneer iemand godvrezend is en zijn wil doet,
naar die luistert hij.
32Er is in eeuwigheid nooit van gehoord
dat iemand de ogen van een blindgeborene geopend heeft.
33Indien deze niét van God gekomen was
had hij niets kunnen doen.
34Zij antwoordden hem:
Jij bent in zonden geboren, totaal!
En jij wilt ons de les lezen?
En zij gooiden hem naar buiten.
35Jezus hoorde dat zij hem naar buiten gegooid hadden.
Hij vond hem en zei:
Vertrouw jij op de mensenzoon?
36Hij antwoordde:
wie is dat heer?
Dan kan ik op hem vertrouwen!
37Zegt Jezus tegen hem:
Maar je hebt hem gezien!
Die met je spreekt, die is het!
38Hij zei
Heer, ik vertrouw.
En hij knielde voor hem neer.
39Jezus zei:
Tot een oordeel ben ik gekomen naar deze wereld,
opdat zij die niet zien, ziende worden
en zij die ziende zijn blind.
40Sommige Farizeeën die bij hem waren hoorden dat
en vroegen hem:
Zijn ook wij soms blind?
41Jezus antwoordde hen:
Als jullie blind waren zou je geen zonde hebben.
Nu zeggen jullie: wij zijn ziende!
Jullie zonde is blijvend.

Afdrukken | vertaling door jaap goorhuis | bij 6e zondag van Pasen
Laatste wijziging 9 May 2007 17:20:53
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Deze site heeft 252 leden, waarvan 1 online; Bezoekers: vandaag: 50; Colofon