4e van de 40 dagen, 26 maart 2017
Johannes 6,1-15
Vertaling
1Daarna vertrok Jezus naar de overzijde van het meer van Galilea,
(namelijk het meer) van Tiberias.
2Hele scharen nu volgden hem,
omdat ze de tekenen zagen die Hij deed aan de zieken.
3Jezus ging de berg op en ging daar zitten met zijn leerlingen.
4Het was net voor het Pascha, het feest der Judeeërs.
5Als Jezus zijn ogen opslaat
en ziet dat hele scharen naar hem toe zijn gekomen,
zegt hij tot Filippus:
"Waar zullen we broden kopen, zodat dezen kunnen eten?"
6Dit zei hij om hen op de proef te stellen;
want hij wist zelf wat hij ging doen.
7Filippus antwoordt hem:
"Broden voor tweehonderd dinariën volstaan niet
om iedereen een klein stukje te geven."
8Een van zijn leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus,
zegt tot hem:
9"Er is hier een jongen die vijf gerstebroden en twee visjes,
maar wat stelt dat voor, voor zovelen?"
10Jezus zei: "Laat de mensen aanliggen." (er was veel gras op die plek).
De mannen — vijfduizend in getal — gingen aanliggen.
11Daarop nam Jezus de broden
en nadat hij gedankt had deelde hij uit aan die aanlagen
evenzo ook van de vissen, zoveel als ze wilden.
12 Toen ze verzadigd waren zei hij tegen zijn leerlingen:
"Zamel de overgebleven stukken in, zodat er niets verloren gaat."
13Ze zamelden ze in en vulden twaalf manden
met stukken van de vijf gerstebroden die overgelaten waren
door degenen die hadden gegeten.
14Bij het zien van dat teken nu zeiden de mensen:
"Dit is waarlijk de profeet die in de wereld zou komen."
15Daar Jezus merkte dat ze hem wilden grijpen om hem koning te maken,
trok hij zich opnieuw terug, alleen op zichzelf.
|