aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 2e van de herfst | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
Goede Vrijdag, 6 april 2007
Johannes 18,1-40
Passieverhaal
Vertaling
1Na dat gezegd te hebben,
ging Jezus weg met zijn leerlingen
naar de overkant van de beek Kidron;
daar was een olijfgaard,
die hij met zijn leerlingen binnenging.
2Ook Judas — zijn verrader — kende die plek,
want vaak was Jezus daar
met zijn leerlingen samengekomen.
3Judas nu nam een afdeling soldaten mee
en dienaren uit de kring van overpriesters en Farizeeën
en kwam daar naartoe met fakkels,
lampen en wapentuig.
4Jezus wist wat er allemaal op hem afkwam;
hij ging eruit en zei tot hen:
Wie zoeken jullie?
5Ze antwoordden hem:
Jezus van Nazareth!
Hij zei tot hen:
Dat ben ik.
Ook Judas — zijn verrader — stond bij hen.
6Toen hij tot hen zei 'ik ben het',
liepen ze achteruit
en vielen ze ter aarde.
7Nogmaals vroeg hij hen:
Wie zoeken jullie?
en zij zeiden:
Jezus van Nazareth!
8Jezus antwoordde:
Ik heb jullie toch gezegd dat ik het ben?!
Als jullie mij dus zoeken,
laat hen dan gaan!
9(opdat het woord vervuld zou worden
dat hij gezegd had:
Van hen die Gij mij gegeven hebt,
heb ik niemand in het verderf gestort).
10Simon Petrus had een zwaard,
trok het, sloeg in op de knecht van de overpriester
en hakte hem het rechteroor af;
de naam van die knecht was Malchus.
11Maar Jezus zei tot Petrus:
Steek het zwaard in de schede;
de beker die de Vader mij heeft gegeven,
zou ik die niet drinken?
12De afdeling soldaten, de bevelhebber
en de dienaren van de Joden
grepen Jezus, boeiden hem
13en brachten hem eerst naar Annas;
hij was de schoonvader van Kajafas,
die hogepriester was, dat jaar.
14Kajafas had overlegd met de Joden
dat het beter is dat één mens sterft
in plaats van het volk.
15Simon Petrus volgde Jezus,
en nog een andere leerling.
Die leerling was een bekende van de overpriester
en ging met Jezus de hof van de overpriester binnen,
16maar Petrus bleef buiten bij de deur staan.
Toen kwam de andere leerling
— de kennis van de overpriester — naar buiten,
sprak met de deurwacht
en leidde Petrus naar binnen.
17Het meisje dat deurwacht was zei toen tot Petrus:
Ben jij ook niet een van de leerlingen
van die mens?
Hij zei:
Ik ben het niet.
18Daar stonden ook de slaven en de dienaren,
die een vuur gemaakt hadden,
want het was koud, en ze warmden zich.
Ook Petrus stond bij hen zich te warmen.
19De overpriester ondervroeg Jezus
over zijn leerlingen en over zijn leer.
20Jezus antwoordde hem:
Ik heb vrijuit gesproken voor de wereld,
ik heb altijd onderricht in synagoge en tempel,
waar alle Joden bijeenkomen
en ik heb niets in het geheim gezegd.
21Wat vraagt u me dan?
Vraag liever de hoorders wat ik hen gezegd heb!
Zij weten wat ik heb gezegd.
22Toen hij dat gezegd had,
gaf een van de dienaren die erbij stond
Jezus een vuistslag en zei:
Zó antwoord geven aan de overpriester?
23Jezus antwoordde hem:
Als ik iets verkeerd heb gezegd,
vertel me dat verkeerde;
maar als ik het goed heb gezegd,
waarom slaat u me dan?
24Toen zond Annas hem geboeid
naar Kajafas, de hogepriester.
25Simon Petrus stond zich te warmen.
Ze zeiden tegen hem:
Ben jij ook niet een van zijn leerlingen?
Hij ontkende het en zei:
Ik ben het niet.
26Toen zei een van de slaven van de overpriester
— een verwant van wie Petrus het oor had afgehakt —:
Heb ik u niet in de olijfgaard gezien met hem?
27En weer ontkende Petrus het
en meteen kraaide er een haan.
28Dan brengen ze Jezus van Kajafas
naar het garnizoensgebouw;
het was vroeg in de morgen;
ze gingen het garnizoensgebouw niet binnen
om zich niet te verontreinigen
maar het Pascha te kunnen eten.
29Dus kwam Pilatus tot hen naar buiten en zegt:
Welke aanklacht brengen jullie in
tegen deze mens?
30Zij antwoordden en zeiden tot hem:
Als hij geen boosdoener was,
hadden we hem niet aan u overgeleverd.
31Toen zei Pilatus tot hen:
Neem hem maar weer mee
en oordeel hem naar jullie wet.
De Joden zeiden tot hem:
Het is ons niet geoorloofd
iemand ter dood te brengen
32(opdat het woord van Jezus vervuld zou worden
waarmee hij aangaf welke dood hij zou gaan sterven).
33Pilatus ging het garnizoensgebouw weer in,
riep Jezus en zei tot hem:
Bent u de koning van de Joden?
34Jezus antwoordde:
Zegt u dat uit uzelf,
of hebben anderen u over mij verteld?
35Pilatus antwoordde:
Ik ben toch geen Jood?!
Uw volk en de overpriesters
hebben u aan mij overgeleverd;
wat hebt u gedaan?
36Jezus antwoordde:
Mijn koningschap is niet van deze wereld;
als mijn koningschap van deze wereld zou zijn,
dan zouden mijn dienaren gevochten hebben,
om te voorkomen dat ik
aan de Joden zou worden overgeleverd;
maar mijn koningschap is niet van hier.
37Toen zei Pilatus tot hem:
Dus u bent geen koning?
Jezus antwoordde:
U zegt dat ik koning ben!.
Hiertoe ben ik geboren
en hiertoe ben ik in de wereld gekomen
om te getuigen van de waarheid;
iedereen die uit de waarheid is,
hoort naar mijn stem.
38Zegt Pilatus tot hem:
Wat is waarheid?
Toen hij dat had gezegd,
ging hij weer naar buiten naar de Joden
en zei tot hen:
Ik vind geen enkele schuld in hem.
39Het is gewoonte bij jullie
dat ik je op het Pascha iemand vrijlaat;
willen jullie dat ik je
de koning van de Joden vrijlaat?
40Weer schreeuwden ze en zeiden:
Niet hem, maar Barabbas!
Barabbas was een misdadiger.
Afdrukken | vertaling door Klaas Eldering | bij Goede Vrijdag
Laatste wijziging 17 Jan 2021 12:04:31
Reacties:
harrypals: 1e deel passieverhaal []
een mooie, soepel lopende vertaling, die goed gebruikt kan worden in de viering op Goede Vrijdag
enkele kanttekeningen:
— Johannes wisselt praesens en imperfectum, de vertaling gaat daar in 28/29 in mee; zou vaker kunnen, om het spannend te maken; ik vraag me altijd af: zit er een bedoeling achter het plotselinge praesens? gaat het dan over iets van alle tijden?
— soms vertaal je 'oun' wel, soms niet; kan het verhaal meeslepender maken: 'daarom', 'toen'
— vs. 9 slot: zou ik actiever vertalen: 'verloren laten gaan'
— vs. 14: of 'Het was Kajafas die...'
— vss. 17 en 25: 'ik ben niet' — als tegenstelling met Jezus' woorden 'ik ben' (3 x!)
— vs. 21: 'ge' vind ik onnodig ouderwets, gewoon 'u' zou ik zeggen (en verderop 'jij')
— vs. 25: 'Simon' ontbreekt in de vertaling
— vs. 27: 'eutheos': 'plotseling'?, eerder: 'meteen'
— vs. 30: 'kakos poion': 'misdadiger'?; ik zou liever het verband met vs. 23 leggen: 'als hij niets verkeerd had gedaan...' (in vs. 40 staat een heel ander woord om Barabbas te typeren)
— vs. 30: 'paradidonai': ik zou de veelzeggende vertaling 'overleveren' gebruiken (wel in vs. 35)
— vs. 39: ook bij 'vrijlaten' staat 'voor jullie'

Harry Pals
Klaas Eldering: Wijzigingen []
N.a.v. de opmerkingen van Harry Pals heb ik wijzigingen aangebracht.
Wijzigingen in de verzen
17, 21, 25 (2x), 27, 30 (2x) en 39.
jaap goorhuis: u-jullie-jij []
ik vind het een mooie vertaling en dank ook Harry voor zijn opmerkingen.
Zelf heb ik er ook één: al dat ge-jullie in de vertaling vind ik lelijk en vaak ook onjuist. Het verraadt bovendien vaak impliciete opvattingen van hoger-lager, meer-minder. Bovendien zijn er vaak willekeurigheden en inconsequenties, ook in deze vertaling van Klaas. Ik ga de vertaling zeker gebruiken, maar maak overal netjes 'u' van.
Klaas Eldering: Wijziging []
In vs. 9 gewijzigd: 'in het verderf gestort', i.p.v. het onschuldige, passieve 'verloren', wat er eerst stond.

Andere vertalingen: Joh. 18,1-40 [Evangelie]

Goede Vrijdag - paars
Geen afbeelding opgegeven.

Overige teksten:

Joh. 18,1-40 [Evangelie]
Joh. 19,1-42 [Evangelie]

Deze site heeft 247 leden, waarvan 0 online; Bezoekers : vandaag: 73; Colofon