aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 5e van de zomer | Leesrooster | M
Rubrieken
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Jer. 29,1-14 De brief van Jeremia aan de ballingen in Babel
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Openbaring 21,10-27
het hemelse Jeruzalem
10Hij voerde mij weg in de geest
naar een grote en hoge berg.
Hij toonde mij de heilige stad Jeruzalem,
neerdalend uit de hemel van bij God:
11zij had de heerlijkheid van God.
Haar glans was gelijk het kostbaarste gesteente,
zoals de steen jaspis als kristal oplicht.
12. Zij had een muur groot en hoog;
zij had twaalf poorten
en op de poorten twaalf boden.
De namen erop geschreven,
die waren de namen van de twaalf stammen van Israël:
13naar het oosten drie poorten
en naar het noorden drie poorten
en naar het zuiden drie poorten
en naar het westen drie poorten.
14De muur van de stad had twaalf fundamenten
en daarop waren twaalf namen
van de twaalf apostelen van het bokje.
15Terwijl hij met mij sprak,
hief hij een meetlat van goud
om de stad op te meten
en haar poorten en haar muur.
16De stad, vierhoekig lag ze daar
en haar lengte was gelijk aan haar breedte.
17Hij mat de stad met de meetlat op 12000 stadiën.
De lengte, breedte en hoogte van haar warenn gelijk.
Hij mat haar muur: 144 el, mensenmaat die is van de bode.
18Het materiaal van de muur was jaspis
en de stad was goud, gelijk zuiver glas.
19De fundamenten van de muren van de stad
waren met allerlei kostbaar gesteente opgemaakt:
het eerste fundament jaspis,
het tweede saffier,
het derde chalcedon,
20het vierde smaragd,
het vijfde sardonyx,
het zesde kornalijn,
het zevende chrysoliet,
het achtste beril,
het negende topaas,
het tiende chrysopraas,
het elfde hyacint,
het twaalfde amethist.
21De twaalf poorten waren twaalf parels,
ieder van de poorten was uit één parel
en het plaveisel van de stad was goud,
zuiver als doorzichtig glas.
22Een tempel zag ik niet in haar,
want God de heer,
schepper van alles
is haar tempel
en het bokje1
23De stad heeft de zon niet nodig,
noch de maan, dat die haar zou beschijnen,
want de heerlijkheid van God verlicht haar
en haar straling is het bokje.
24Wandelen zullen de volkeren door haar licht
en de koningen der aarde zullen haar hun heerlijkheid brengen
25en haar poorten zullen niet gesloten zijn overdag:
nacht zal daar immers niet zijn.
26Zij zullen naar haar toe brengen
de heerlijkheid en de eer van de volkeren.
27Nooit zal bij haar iets profaans binnenkomen,
noch iets afschuwelijks2
noch de leugenaar3 ,
maar alleen zij die geschreven zijn
in het boek van het leven van het bokje.
Noten
1arnion = lam, bokje. Het gaat belhamel (Zuurmond) die de kudde aanvoert, een en al oog en zwaar gehoornd, zoals in 5: 6 beschreven. Daarom gekozen in de tekst voor "bokje"  om zijn weerbaarheid aan te geven. dat kan natuurlijk niet in de liturgie worden doorgevoerd, daar moet "Lam Gods"  blijven staan
2bdelugma = verachtelijk, gruwelijk
3lett: pseudomens

Afdrukken | vertaling door wiersma | bij 6e van Pasen
Laatste wijziging 6 Oct 2017 10:55:43
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: Op. 21,9-27
Commentaar: Op. 21,1-27 de nieuwe stad
Deze site heeft 243 leden, waarvan 1 online; Bezoekers: vandaag: 43; Colofon