aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 2e van de herfst | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
onbekend, 20 februari 2016
Lucas 9,28-36
Waarover spraken zij, die drie...
Inleiding
Evangelielezing voor zondag Reminiscere, 2e van de veertig dagen
Vertaling
Context
Het verhaal wordt heel direct gekoppeld aan wat vooraf gaat, de eerste lijdensaankondiging en de belijdenis van Petrus. Opmerkelijk is 9:27, waar door Jezus gezegd wordt dat `sommigen die hier aanwezig zijn niet zullen sterven voor ze het koninkrijk van God hebben gezien.´ Duidt dit op de eindtijd, en moeten we concluderen dat Jezus zich heeft vergist? Het lijkt niet aannemelijk dat Lucas het dan had laten staan; rond het jaar 80 zullen nog maar weinig ooggetuigen van de gebeurtenissen van 30 na Chr. in leven zijn geweest. Sommige commentaren vermoeden samenhang met de verheerlijking op de berg: de `sommigen´ zijn de drie discipelen, die inderdaad mochten `zien´ (vgl. vs. 36).
Overigens is ook de liturgische context, de tweede zondag van de veertigdagentijd, interessant: de verbinding met de lezing van de verzoeking in de woestijn, vorige week, doet vermoeden dat de vroege kerk besef had van de weg van Jezus parallel aan die van Israël: na de beproevingen in de woestijn de openbaring op de berg van de Heer.

Vers voor vers
28 De koppeling aan het voorafgaande is heel nauw door de woorden `na acht dagen´ (Mat. en Mar. hebben dezelfde verbinding maar `na zes dagen´). Gaat het om een simpele tijdsaanduiding, ongeveer een week, of ligt er meer in? Je kunt de verheerlijking zien als een antwoord vanuit de hemel op de aardse belijdenis van Petrus. De `achtste dag´ zou hier op vervulling kunnen duiden.
`Achtste dag´ is in de Thora vaak een periode die vol gemaakt moet worden, waarna iets moet gebeuren: besnijdenis, rustdag als afsluiting van het Loofhuttenfeest, offer als afsluiting van een periode van reiniging.
Petrus, Jacobus en Johannes vormen een soort inner circle van de twaalf. Zij worden al samen genoemd bij hun roeping (5:10) en bij de genezing van de dochter van Jaïrus (8:51). Volgens Marcus (Mar. 14:33) ook in de Hof van Getsemane, maar dat neemt Lucas niet over.
De berg is uiteraard markant. Het is Jezus´ gewoonte op een berg te bidden (Mat. 14:23, Luc. 6:12). Welke berg wordt niet vermeld, vaak denkt men aan de Tabor. Ik denk dat we het niet hoeven te beperken tot bergen in de regio; het is een theologische berg, waarom niet Sinaï/Horeb? De berg kan plaats van openbaring zijn, denk (niet toevallig) aan Mozes en Elia die beiden op die berg hun godsontmoeting beleefden. Wij kennen de uitdrukking `top-ervaring´, denk daarbij nu eens niet aan vage Alpen-mystiek aan het verband met deze verhalen.
29 Jezus´ uiterlijk en kleren worden veranderd. Dat doet denken aan Mozes die afdaalt van de berg met een stralend gelaat, zodat niemand hem kan aankijken (zie Ex. 34:29vv, de OT-lezing volgens het Gemeenschappelijk Leesrooster). Behalve εἶδος τοῦ προσώπου αὐτοῦ is er geen overeenkomst in woorden, maar wel een andersoortige verbinding. Mozes´ transfiguratie wordt beschreven als een rechtstreeks gevolg van het spreken met God; bij Jezus gebeurt dat tijdens het bidden. Witte kleren worden gedragen door engelen (bij de opstanding en de hemelvaart) en door de uitverkorenen (Op. 3:18 etc.). Je zou eventueel kunnen denken aan de hogepriester Jozua (!) in Zacharia 3, die met nieuwe kleren bekleed wordt, en zo in zijn persoon het herstel van het volk uitbeeldt.
30 Lucas vertelt het iets spannender dan Matteüs of Marcus: `twee mannen, en wel Mozes en Elia´. Wie anders?! De Bevrijder/wetgever en de Profeet bij uitstek; samen de personificatie van Wet en Profeten (dat is Tenach, vgl. Luc. 16:29, 31; 24:27); de twee die ook op de berg geweest zijn om God te ontmoeten; de twee wiens graf niet bekend is (Mozes door God zelf begraven, Deut. 34:6, Elia ten hemel gevaren, 2Kon. 2); de twee die zullen terugkomen om de komst van de Messias aan te kondigen (Elia: Mal. 3:23, let op de uitdrukkelijke verwijzing naar de wet van Mozes in het voorafgaande vers; van Mozes zelf is zijn terugkeer niet in het OT maar wel in de Joodse traditie te vinden).
31 Nu volgen ruim twee verzen `Lukanisches Sondergut´, waarin de inhoud van het gesprek geopenbaard wordt.
τὴν ἔξοδον αὐτοῦ‚ kan `uittocht uit Egypte´ aanduiden (Heb. 11:22) maar ook eufemistisch voor `sterven´ gebruikt worden, vgl. 2Pet. 1:15, `na mijn heengaan´. Sommigen menen, dat het `heengaan´ zou duiden op de hemelvaart, dat zou geval Elia´s aanwezigheid verklaren want die is op dat vlak ervaringsdeskundige... Beter lijkt het, een theologische verbinding tussen Jezus´ sterven (en opstaan) en het begrip uittocht te veronderstellen. Zijn `heengaan´ in Jeruzalem betekent immers een nieuwe uittocht en bevrijding, of zo men wil een nieuwe interpretatie van het uittochtverhaal. Het zou mogelijk zijn dat hier al expliciet aan Jezus als het ware Paaslam gedacht is (maar bedenk dat Lucas de parallel van Mar. 10:45, `om zijn leven te geven als losprijs voor velen´ niet heeft).
32 `Petrus en wie bij hem waren´: Petrus krijgt tussen de drie nog een extra uitgesproken plaats. Zij drieën vallen in slaap; bedoeld zal zijn, dat zij vóór de transfiguratie en het verschijnen van Mozes en Elia door slaap overmand zijn, en hen bij het wakker worden pas zien, vgl. het slapen van de discipelen in de hof van Getsemane (Luc. 22:45): ze hebben dus zowel het hoogtepunt van Jezus´ verheerlijking als het dieptepunt van zijn doodsangst `verslapen´.
33 Petrus´ voorstel om tenten te maken is niet alleen zeer gedienstig, maar beoogt vooral het moment vast te houden. Dat is bij Lucas duidelijker dan bij Marcus en Matteüs, doordat hij deze actie van Petrus plaatst ἐν τῷ διαχωρίζεσθαι αὐτοὺς, m.i. te vertalen als `toen zij afscheid wilden nemen´, zoals ook de versiones doen. Dat vasthouden gaat niet, zoals blijkt uit het commentaar van (ook weer alleen) Lucas, `want (beter is `maar´) hij wist niet wat hij zei.´ Commentaren suggereren dat Petrus´ fout lag in het als gelijken beschouwen van de drie personen, dat lijkt onwaarschijnlijk. De LXX vertaalt de סֻכָּה — loofhut, ook met σκηνή, vgl. Joh. 7:2, ἑορτὴ τῶν Ἰουδαίων σκηνοπηγία, maar een duidelijk verband zie ik niet. Eerder is er verband tussen deze tenten en de `tent der samenkomst´ (Ex. 27:21 etc., die heet in het Grieks ἐν τῇ σκηνῇ τοῦ μαρτυρίου, vgl. de SV die steeds `tabernakel´ vertaalt. Inhoudelijk zou het kunnen betekenen, dat Petrus een min of meer vaste plek wil maken voor de ontmoeting met God, zoals de tabernakel was in de woestijn. Maar wat moet er nog geknutseld worden, als de Heer zelf verschenen is?!
34 Een wolk duidt al sinds Israëls woestijntijd de aanwezigheid van God aan (Ex. 14:20 etc.), maar tegelijk het verhullen daarvan: in een wolk zie je niets, kun je alleen iets vermoeden. Zie verder de wolk bij de hemelvaart (Hand. 1:9), en dat is weer dezelfde waarop de Zoon des Mensen ook zal terugkomen (Luc. 21:27, vgl. Openb. 14:14-16 en natuurlijk Dan. 7:13).
`zij (nl. de drie discipelen) werden bevreesd, toen die (nl. Mozes, Elia en Jezus) de wolk ingingen´. Dit kan de gebruikelijke schrik bij de confrontatie met het heilige zijn, maar ook de angst dat Jezus niet terug zal komen maar met Mozes en Elia mee zal gaan. Was er ook in Exodus niet de zorg dat Mozes niet meer terug zou komen van zijn tocht omhoog (Ex. 32:1)? Zie Ex. 40:34v voor de verbinding wolk — tent: `de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel”
35 Uit de wolk klinkt de stem van God. De Heer citeert zichzelf, herhaalt namelijk wat Hij zei bij de doop van Jezus (Luc. 3:22), alleen is ἀγαπητός `geliefde´ vervangen door ἐκλελεγμένος `uitverkoren´, overigens alleen door Lucas. Dit woord wordt in de LXX geregeld gebruikt voor het volk Israël, door God uitgekozen (Deut. 4:37, 10:15, maar daarbij ook steeds een vorm van ἀγαπάω erbij!); Lucas (er)kent dat gebruik ook: Hand. 13:17.
Bovendien is toegevoegd: `hoort naar hem.´ Daarmee wordt Jezus nog nadrukkelijker dan bij zijn doop als Leidsman aangewezen. Er zou een associatie met het `sjema´ (Deut. 6:4) kunnen zijn: `Hoor, Israël...´ moet in het vervolg geïnterpreteerd worden als `hoor naar Hem´.
36 Dan is het voorbij. De ooggetuigen zwijgen over het gebeurde. Bij Mat. en Mar. doen ze dat in uitdrukkelijke opdracht van Jezus, bij Lucas staat dat er niet; blijkbaar is dat vanzelfsprekend. Hier wordt een geheimenis over Jezus onthuld, dat niet zonder meer te begrijpen is. Het roept vooralsnog meer vragen dan antwoorden op; pas na Pasen vallen de stukjes op hun plaats.

Homiletisch
Hoe mooi dit verhaal ook is, het kan enige vervreemding oproepen. Jezus wordt er zo goddelijk in getekend, dat hij (bijna letterlijk!) uit het zicht verdwijnt. Hij bespreekt geheime plannen met een enkeling die van hetzelfde niveau is, maar Hij is blijkbaar van een andere wereld.
De clou lijkt ergens anders te liggen: Jezus´ plek is voorlopig op aarde, het eerste wat er weer gebeurt als ze beneden zijn is, dat het lijden van de mensheid Jezus weer aanvliegt in de persoon van de bezeten jongen. Beneden is Jezus´ werkplek, en voor de lezer van het evangelie is er tot dusver niet het risico, hem te hoog te plaatsen, maar eerder, hem teveel alleen als de predikende wonderrabbi te zien. Vóór de weg wordt ingezet die nog verder naar beneden voert, namelijk naar verachting en verwerping, moet heel duidelijk worden wie Hij, verborgen, wel degelijk is. Hij draagt een geheimenis in zich dat nu nog maar even en pas na Pasen ten volle onthuld kan worden. Dat geheimenis, dat boven op de berg zijn `uitgang te Jeruzalem´ heet, wordt beneden uitgelegd in de tweede lijdensaankondiging (9:43-44), maar ook die is niet begrijpelijk vóór Pasen (9:45). De eerste keer dat de Stem uit de hemel klonk, leidde die het eerste gedeelte van het evangelie in. De tweede keer leidt de Stem Jezus het tweede deel van zijn weg op; de woorden over de `uitgang te Jeruzalem´ worden van 9:51 in daden omgezet door het feitelijk op weg gaan.
De discipelen, de gemeente en zelfs de inner circle, komen er weer eens niet best af. Ze verslapen het moment suprème, en proberen vast te houden wat alleen maar gezien en geloofd kan worden. Toch mogen ze ooggetuigen zijn, en het geheim bewaren tot het moment daar is om het te verkondigen.
Afdrukken | Exegeses door joepdubbink
Laatste wijziging 9 Dec 2017 18:58:39
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Bijbelvertalingen: Luc. 9,28-36 [Evangelie] Mozes en Elia bij Jezus, Luc. 9,28-36 [Evangelie] , Luc. 9,28-36 [Evangelie] Verheerlijking op de berg

-
Geen afbeelding opgegeven.

Deze site heeft 247 leden, waarvan 0 online; Bezoekers : vandaag: 47; Colofon