aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 6e van Pasen | Leesrooster | M
Rubrieken
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Jes. 65,17-25 De hemel nieuw en de aarde nieuw
Gen. 18,20-33 afdingen over Sodom
1Sam. 1,1-20 Hanna en Peninna
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
1 Korintiërs 12,12-27
Het lichaam van Christus
12Want zoals het lichaam één is
en vele leden1 heeft,
en alle leden van het lichaam2 ,
hoewel ze met vele zijn,
één lichaam vormen,
zo ook de Christus.
13Want ook in één geest zijn wij allemaal ondergedompeld3 tot één lichaam,
of het nu Judeeërs of Hellenen4 zijn, of slaven of vrijen,
allemaal zijn wij met één geest gedrenkt5 .
14Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele.
15Wanneer de voet zou zeggen: "omdat ik geen hand ben,
hoor ik niet bij het lichaam" —  
hoort hij daarom niet bij het lichaam?
16En wanneer het oor zou zeggen: "omdat ik geen oog ben,
hoor ik niet bij het lichaam" —  
hoort het daarom niet bij het lichaam?
17Wanneer het hele lichaam oog was,
waar was het gehoor?
Wanneer het hele lichaam gehoor was,
waar was de reuk?
18Maar nu heeft God de leden een plaats gegeven,
elk daarvan, in het lichaam, zoals hij heeft gewild.
19Wanneer zij alle één lid waren, waar was het lichaam?
20Maar nu zijn de leden vele6 , maar één is het lichaam.
21Het oog kan niet zeggen tot de hand:
"ik heb je niet nodig",
of, nog eens, het hoofd tot de voeten:
"ik heb jullie niet nodig".
22Zo veel te meer: de leden van het lichaam die de zwakste7 lijken,
zijn noodzakelijk.8
23En waarvan wij denken dat ze het minder eerbare van het lichaam zijn,
die versieren9 wij met des te meer10
en onze lelijke11 leden
krijgen des te meer eer12 .
24Onze eer13 heeft dat niet nodig.
Maar God heeft het lichaam zo samengesteld14
waarbij hij aan wat minder was15 des te meer eer heeft gegeven,
25opdat er geen scheuring16 in het lichaam zou zijn,
maar de leden eendrachtig voor elkaar zouden zorgen.17
26Wanneer één lid lijdt, lijden alle leden mee.
Wanneer één lid eer18 ontvangt,
verheugen alle leden zich daarover.
27Jullie nu zijn lichaam van Christus,
en leden daarvan, elk afzonderlijk19 .
Noten
1melos = deel, stuk; lidmaat (mens of dier), lid van vereniging, kerk > ledematen van Christus
2cf. Rom12: 5
3baptizoo = in— of onderdompelen, verdelgen; indopen, (zich) baden, wassen
4cf. Rom1: 18vv; Ef2: 11vv
5potizoo = drenken, te drinken geven, dronken maken. Augustinus, Luther en Calvijn: beker van het avondmaal? Cf. ook 1Kor10
6i.d.z.v. velerlei
7asthenes = zwak, ziek, krachteloos gebrekkig
8anagkaios = nodig, noodzakelijk
9perithemi = omdoen, aandoen, opzetten, met eer omgeven, versieren
10perissos = daar bovenop, meer dan het gewone, veel meer, groter, zwaarder, meer, overvloediger
11aschemoon = lelijk, onfatsoenlijk, schandelijk
12euschemosune = goede houding en gedrag, bevalligheid, sierlijkheid, fatsoen; alleen hier: eer (Murre)
13 euschemosune plur
14sugkeranumi = vermengen, samenstellen
15ustereoo = achterblijven, ontbreken, gebrek hebben, missen, onderdoen
16schisma, cf. 1:10
17merimnaoo = zorgen, zorgdragen, bezorgd zijn
18doxazoo = roemen, prijzen, verheerlijken
19meros = deel, aandeel, part(ij). Welke partij dat is komt in het vervolg aan de orde

Afdrukken | vertaling door wiersma | bij 3e na Epifanie
Laatste wijziging 6 Oct 2017 10:55:43
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: 1Kor. 12,12-27 , 1Kor. 12,27-31 , 1Kor. 12,12-27 , 1Kor. 12,27-31 Het lichaam van Christus en de verdeling van gaven en taken
Deze site heeft 255 leden, waarvan 1 online; Bezoekers: vandaag: 466; Colofon