aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 10e van de zomer | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
4e van de 40 dagen, 10 maart 2013
2 Samuël 14,1-24
Vertaling
1Joab,1 de zoon van Seruja, besefte2
dat het hart van de koning naar Absalom [uitging]
2en Joab zond [iemand] naar Tekoa
en liet vandaar een wijze vrouw komen
en zei tot haar:
Ga toch in rouw
en kleed u in een rouwgewaad;
zalf u niet met olie
en wees als een vrouw die reeds vele dagen rouwt over een dode.
3Zo komt u bij de koning
en dan spreekt u tot hem aldus3 '
en Joab legde haar de woorden in de mond.
4De Teko'tische vrouw zei tot de koning
' neergebogen met het gezicht ter aarde en neergeknield '
ze zei:
Help4 [mij], o koning!
5en de koning zei tot haar:
Wat is er met u?5
Zij zei:
Helaas6 , een weduwe7 ben ik, mijn man is dood.
6Nu had uw dienares twee zonen
die twee vochten met elkaar op het veld
en er was geen redder tussen hen;
en de een sloeg de ander en doodde hem.
7En zie, de hele familie is opgestaan tegen uw dienares
en ze zeggen:
'Geef hem hier, die zijn broer heeft geslagen
dan zullen wij hem doden voor het leven van zijn broer
die hij heeft omgebracht
en we zullen [zo] ook de erfgenaam uitroeien.8
Zij zullen mijn kooltje uitblussen dat mij is overgebleven
om aan mijn man geen naam of overblijfsel over te laten
op [zijn] akker.9
8De koning zei tot de vrouw:
Ga naar uw huis [terug]
en ik zal opdracht geven aangaande u.
9De Teko'tische vrouw zei:
Op mij, mijn heer de koning, zij de ongerechtigheid
en op het huis van mijn vader
maar de koning en de troon blijven onschuldig.10
10De koning zei:
Spreekt iemand tot u, laat hem dan naar mij komen
en hij zal u voortaan niet meer aanraken.
11Zij zei:
De koning gedenke toch JHWH, uw God
opdat de bloedwreker niet het onheil vermeerdert '
dat ze mijn zoon niet zullen uitroeien!
Hij zei:
Zo waar JHWH leeft
er zal geen haar van uw zoon gekrenkt worden.11
12De vrouw zei:
Laat uw dienares toch een woord mogen spreken tot mijn heer de koning.
Hij zei:
Spreek.
13De vrouw zei:
Waarom beraamt u dit soort dingen tegen het volk van God?!
Want sinds de koning dit woord gesproken heeft
is de koning zelf als een schuldige
zolang de koning wie hij verstoten heeft niet laat wederkeren.
14Want wij [allen] moeten sterven
we zijn als water dat op de aarde wordt uitgegoten
en niet verzameld wordt.
God echter neemt de ziel niet weg12
maar beraamt plannen
opdat een verstotene niet van hem [blijft] verstoten.
15Welnu, dat ik ben gekomen
om dit woord te spreken tot de koning, mijn heer,
dat is omdat het volk mij vrees aanjaagt.
Daarom zei uw dienares:
Laat ik spreken tot de koning==
misschien zal de koning het verzoek van zijn slavin inwilligen.13
16Want de koning zal wel horen
om zijn slavin te redden uit de greep van de man
die mij samen met mijn zoon wil verderven uit het erfdeel van God
17Ook zei uw dienstmaagd:
laat toch het woord van mijn heer, de koning, [mij] rust geven,
want als een boodschapper van God
zo is mijn heer de koning,
om [onderscheid] te horen [tussen] het goede en het kwade;
JHWH, uw God, moge bij u zijn!
18De koning antwoordde en zei tot de vrouw:
Houd voor mij niet verborgen wat ik u nu vraag.
De vrouw zei:
Mijn heer de koning, spreek toch.
19En de koning zei:
Heeft Joab de hand in dit alles met u!?
De vrouw antwoordde en zei:
Zo waar u leeft, mijn heer de koning,
er is linksom of rechtsom geen ontkomen
aan alles wat mijn heer, de koning, spreekt;
ja, uw knecht Joab heeft het mij geboden
en hij heeft al deze woorden in de mond van uw dienstmaagd gelegd
20om de zaak van een andere kant te laten zien
heeft uw knecht Joab dit gedaan.
Maar mijn heer is wijs
naar de wijsheid van een boodschapper van God
en weet alles wat er op aarde is.

21De koning zei tot Joab:
Zie, ik handel14 aldus.
Ga, en doe de jongen, doe Absalom terugkeren.
22Joab boog zich neer ter aarde
hij knielde neer en zegende de koning
en Joab zei:
Vandaag beseft uw knecht
dat ik genade heb gevonden in uw ogen, mijn heer de koning
omdat de koning heeft gedaan naar het woord van uw knecht.
23Joab stond op en ging naar Gesur
en hij liet Absalom naar Jeruzalem komen.
24De koning zei:
Laat hij zich naar zijn huis begeven
hij krijgt mijn gezicht niet te zien.
Absalom begaf zich naar zijn huis
het gezicht van de koning kreeg hij niet te zien.
Noten
1Vertaling met gebruikmaking van een vertaling van Tom Naastepad, maar teveel gewijzigd om nog voor een bewerking daarvan te kunnen doorgaan.
2Naastepad 'bekende' kan natuurlijk niet; ontdekken, beseffen, vgl. vs. 22.
3Lett. naar dit woord. Dabar wordt in dit hoofdstuk veel gebruikt voor 'woord' en 'zaak' en is niet steeds weer te geven, zeker niet door hetzelfde woord.
4Lett. 'bevrijd!', maar dat kan in het Nederlands niet op deze manier.
5Naastepad oorspronkelijk: 'wat is u?' Dat is geen vertaling, want geen Nederlands, of slecht Nederlands voor 'wat bent u?' wat niet bedoeld is.
6De consonanten zijn hetzelfde als van 'rouwen', maar ik zie geen mogelijkheid dit woordspel weer te geven.
7'Weduwvrouw' (Naastepad) is Tale Kana'ns, behalve misschien in Zeeland. In het vervolg geef ik dit soort wijzigingen niet meer aan, het zijn er teveel.
8Exegetische interessant. Buber: 'Auch den Erben noch!'; hij beschouwt de woorden niet meer als directe rede van de zelfbenoemde bloedwrekers maar als commentaar van de vrouw, echter tegen de accenten in. Met Willibrord en NBV vat ik het op als een onthulling van hun eigenlijke motieven: 'we willen ook de erfgenaam doden (dus valt het erfdeel aan de familie toe)'. Verondersteld wordt niet dat ze dat ook werkelijk gezegd hebben, dit is een gebruikelijke manier om intenties weer te geven.
9Lastig: 'op het aangezicht van de akkergrond' is niet houdbaar, wie 'op aarde' vertaalt denkt eerder aan 'eretz maar er staat 'adama. M.i. is gedacht aan het voortzetten van het bestaan op het eigen stuk (akker)grond.
10De woorden zijn niet moeilijk, de uitleg wel. NBV e.a. vatten het zo op, dat de vrouw klaagt dat zij de schuld zal krijgen van ingrijpen van de koning, en de koning vrijuit zal gaan. Het lijkt anders te zitten: naqi moet wel echt 'onschuldig' zijn, niet 'wordt voor onschuldig gehouden'. Mijn voorstel: David aarzelt. Hij beseft dat de bloedwrekers ingrijpen van de koning in een familiekwestie niet zullen accepteren, en/of hij vreest God, wiens gebod tot bloedwraak (Ex. 21:12) hij zou moeten dwarsbomen. De vrouw doorziet dat en bezweert de koning dat hij vrijuit zal gaan en de mogelijke schuld bij haar ligt. Pas na die exegetische beslissing is een goede vertaling mogelijk.
11Lett. een zelfvervloeking: 'als er toch een haar van hem ter aarde valt (dan moge mij dit of dat overkomen)'. In rond Nederlands 'ik mag doodvallen als'' maar verder niet meer begrijpelijk, daarom is hier gekozen voor een dynamisch-equivalente vertaling, ook wat betreft 'een haar krenken'.
12Ook te overwegen is Willibrord: 'Maar zolang God het leven niet wegneemt,''
13Lett. 'het woord' doen', maar dat is niet helder. Vgl. ook vs. 21. Let overigens op de overgang van sjifcha naar 'amma, nog nederiger.
14Perfectum als 'performatorisch' opgevat: een woord van de koning is een handeling.
Afdrukken | vertaling door joepdubbink | bij 4e van de 40 dagen
Laatste wijziging 9 Oct 2017 19:37:26
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.

4e van de 40 dagen - paars
Geen afbeelding opgegeven.

Overige teksten:

2Kron. 36,14-23 [OT]
2sam. 14,1-24 [OT-alt]
1Petr. 3,8-17 [Epistel]

Deze site heeft 249 leden, waarvan 0 online; Bezoekers : vandaag: 58; Colofon