aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 2e van de 40 dagen | Leesrooster | M
Rubrieken
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
Rom. 12,6-16 over de werking van genadegaven
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Ester 1,1-22 Een machtige koning en een eigenzinnige koningin
Het boek Ester begint met een sprookjesachtig tafereel: koning Ahasveros geeft een indrukwekkende demonstratie van zijn grootheid en macht. Maar ESTER is allerminst een sprookje. Integendeel, het is een verhaal vol gruwelijke werkelijkheid: rassenhaat en volkerenmoord. Een oeroud thema en nog steeds actueel.
1Het was in de dagen van Ahasveros —
hij is de Ahasveros
die koning was van Indië tot Ethiopië,
honderdzevenentwintig gewesten —
2in die dagen,
toen koning Ahasveros op zijn koninklijke troon zat
in de burcht Susan,
3in het derde jaar van zijn koningschap,
richtte hij een feestmaal aan
voor al zijn vorsten en dienaren.
De machtigen van Perzië en Medië,
de edelen en vorsten der gewesten
waren voor zijn aangezicht.
4Waarbij hij de geweldige rijkdom van zijn koninkrijk
en de eer en luister van zijn grootheid liet zien,
vele dagen lang,
honderdtachtig dagen.
5Toen deze dagen voorbij waren
richtte de koning voor heel het volk
dat zich in de burcht Susan bevond,
van hoog tot laag,
een feestmaal aan;
zeven dagen lang,
in de binnenhof van de paleistuin van de koning.
6Linnen doeken, fijn weefsel en blauwpurper,
met koorden van linnen en roodpurper vastgemaakt
aan zilveren ringen en witmarmeren zuilen.
Rustbedden van goud en zilver
op een mozaïekvloer van albast,
witmarmer, paarlemoer en kleurig gesteente.
7Er werd geschonken uit gouden bekers,
elke beker verschillend van de ander.
En koninklijke wijn was er in overvloed,
zoals bij een koning past.
8En voor het drinken gold de wet: geen beperking.
Want zo had de koning bevolen
aan al zijn huismeesters:
dat men het iedereen naar de zin zou maken
9Ook Wasti, de koningin, richtte een feestmaal aan,
voor vrouwen;
in het koninklijk paleis
dat van koning Ahasveros was.
10Op de zevende dag
toen het hart van de koning vrolijk was van de wijn,
beval hij aan Mehuman, Bizzeta, Charbona
Bigta en Abagta, Zetar en Karkas,
de zeven hovelingen
die voor het aangezicht van koning Ahasveros dienden:
11dat zij Wasti, de koningin, moesten laten komen
voor het aangezicht van de koning,
met de diadeem van het koningschap,
om aan de volken en vorsten
haar schoonheid te laten zien,
want zij was mooi om te zien.
12Maar zij weigerde,
koningin Wasti,
om te komen op het woord van de koning
overhandigd door de hovelingen.
De koning werd zeer verbolgen
zijn woede ontvlamde in hem.
13De koning zei tot de wijzen,
de kenners der archieven,
want zo kwam een woord van de koning
voor de gezamenlijke wets— en rechtskundigen,
die hem naderden:
14Karsena, Setar, Admata, Tarsis, Meres, Marsena, Memuchan,
de zeven vorsten van Perzië en Medië,
die het aangezicht van de koning zien
en vooraan zitten in het koninkrijk:
15Volgens de wet:
wát te doen met koningin Wasti
nu ze niet gedaan heeft
naar het bevel van koning Ahasveros
overhandigd door de hovelingen?
16Memuchan sprak
voor het aangezicht van de koning en de vorsten:
Niet alleen tegenover de koning
heeft Wasti, de koningin, zich misdragen,
maar tegenover alle vorsten en alle volken
die er in alle gewesten van koning Ahasveros zijn.
17Voorwaar, het woord van de koningin
zal uitgaan naar alle vrouwen.
En hun echtgenoten zullen geminacht worden in hun ogen
als zij zeggen:
koning Ahasveros beval
dat Wasti, de koningin,
voor zijn aangezicht moest komen,
maar zij kwam niet!
18Vandaag nog
zullen de vorstinnen van Perzië en Medië
die het woord van de koningin horen
erover spreken tot alle vorsten van de koning
en dan is er minachting en verbolgenheid genoeg!
19Als het de koning goeddunkt,
laat er een koninklijk woord uitgaan
van voor zijn aangezicht.
En laat het worden opgeschreven
bij de wetten van Perzen en Meden
zodat het niet zal worden overtreden,
dat Wasti niet meer zal komen
voor het aangezicht van koning Ahasveros.
En haar koningschap zal de koning geven
aan haar naaste, beter dan zij.
20Als men de veroordeling van de koning hoort,
die hij zal uitvaardigen in heel zijn koninkrijk,
— voorwaar dat is groot —
dan zullen alle vrouwen hun echtgenoten eer geven
van hoog tot laag.
21Dit woord was goed
in de ogen van de koning en de vorsten.
De koning deed naar het woord van Memuchan.
22Men zond brieven naar alle gewesten van de koning,
van gewest tot gewest in zijn schrift
en van volk tot volk in zijn taal,
dat elke man heerser zal zijn in zijn huis
en bevelen zal in de taal van zijn volk.

Afdrukken | vertaling door siebert-hommes | bij 3e zondag na Epifanie
Laatste wijziging 6 Oct 2017 11:18:47
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Deze site heeft 262 leden, waarvan 2 online; Bezoekers: vandaag: 319; Colofon