aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 2e van de herfst | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
Vijfde zondag van de Veertig dagen, 10 april 2011
Johannes 11,1-44
Inleiding
Opwekking van Lazarus als voorspel bij de moord op Jezus — tussen hoop ('velen geloofden daar in hem' [10, 41] ) en macht ('het is voordelig dat één mens sterft voor het volk' [11, 50]), en in het licht van het nabije Joodse Pesach [11, 55]
Vertaling
1Maar er was iemand die alsmaar1 zwak was, Lazarus van Bethani,
uit het dorp van Maria en Martha, haar zus.
2Het was Maria
die de Heer gezalfd heeft met mirre
en zijn voeten afgeveegd met haar haren —
haar broer Lazarus was zwak...
3Daarom zonden de zussen een bericht naar hem,
ze zeiden:
Heer, zie toch,
hij met wie u bevriend bent is zo2 zwak!
4Maar toen Jezus dit hoorde
zei hij:
Deze zwakheid is niet ten dode,
maar vanwege de eer van God,
zodat de zoon van God daardoor geëerd wordt!
5Jezus had Martha en haar zuster lief, en ook Lazarus.
6Zodra hij gehoord had
dat hij zwak was,
toen bleef hij toch op de plaats waar hij was, twee dagen,
7vervolgens zegt3 hij daarna tegen de leerlingen:
Laten wij weer naar Judea gaan.
8De leerlingen zeggen tegen hem:
Rabbi,
nu zochten de Judeeërs u,
om u te stenigen
en u wilt weer daarheen gaan?!
9Jezus antwoordde:
Zijn er geen twaalf uren per dag?
Als iemand onderweg is bij dag,
stoot hij zich niet,
omdat hij het licht van deze wereld ziet;
10maar als iemand onderweg is bij nacht,
stoot hij zich,
omdat het licht niet bij hem is4 ...
11Dat zei hij5
en daarna zegt hij tegen hen:
Lazarus, onze vriend, is gaan rusten;
maar ik ga op weg
om hem uit die slaap te halen6 .
12De leerlingen zeiden daarom tegen hem:
Heer,
als hij is gaan rusten
zal hij gered worden7 !
13Maar Jezus had gesproken over zijn dood,
maar zij meenden
dat hij over de rust van de slaap sprak...
14Toen zei Jezus vrijuit tegen hen:
Lazarus is gestorven!
15en ik verheug me vanwege jullie:
het is opdat jullie zouden gaan geloven8
dat ik daar niet was...
Maar laten we naar hem toe gaan!
16Thomas (die Didymus9 genoemd werd)
zei daarom tegen de medeleerlingen:
Laten wij ook gaan,
om te sterven met hem!
17Toen Jezus gekomen was,
vond hij hem  al vier dagen in het graf vastgehouden10 .
18Bethani lag dichtbij Jeruzalem,
op ongeveer vijftien stadiën.
19Velen van de Judeeërs waren naar Martha en Maria gekomen,
om haar moed in te spreken vanwege die broer.
20Zodra Martha hoorde:
Jezus komt!,
ging ze hem tegemoet.
Maria bleef in huis zitten.
21Martha zei tegen Jezus:
Heer,
als u hier was geweest
zou hij niet gestorven zijn, mijn broer...
22Maar zelfs11 nu weet ik:
wat u God ook zou vragen,
God zal het u geven!
23Jezus zegt tegen haar:
Hij zal opstaan12 , jouw broer!
24Martha zegt tegen hem:
Ik weet het:
hij zal opstaan in de opstanding op de laatste dag...
25Maar13 Jezus zei tegen haar:
Ik ben het: de opstanding en het leven.
Wie gelooft in mij,
ook al is hij gestorven,
hij zal leven!
26En alwie leeft en gelooft in mij,
sterft niet, niet tot in14 de eeuw die komt15 .
Geloof je dat?
27Zij zegt tegen hem:
Ja Heer,
ik ben gaan geloven
dat u de Christus bent,
de Zoon van God,
die komende is in de wereld!
28Toen ze dat gezegd had
ging ze weg
en riep Maria, haar zus,
terwijl ze heimelijk zei:
De meester is er
en hij roept jou.
29En zij,
zodra zij dat hoorde,
liet zij zich snel wekken16
en kwam naar hem toe.
30Jezus was nog niet in het dorp gekomen,
maar hij was nog op de plaats waar Martha hem tegemoet was gegaan.
31De Judeeërs dan,
die bij haar in huis waren
en haar moed inspraken,
toen die zagen
dat Maria snel opstond17   
en daaruit ging,
volgden ze haar.
Ze meenden
dat zij naar het graf ging
om daar te weeklagen.
32Zodra Maria kwam waar Jezus was
en hem zag,
viel ze aan zijn voeten neer,
ze zei tegen hem:
Heer,
als u hier was geweest,
zou van mij niet gestorven zijn deze broer18 ...
33=Zodra Jezus haar zag weeklagen
— en ook de Judeeërs die met haar meegekomen waren weeklagend,
werd hij ziedend19 , met heel zijn levensadem20
hij was geschokt,
34en hij zei:
Waar hebben jullie hem gelegd?
Ze zeggen tegen hem:
Heer,
kom en zie!
35Jezus brak in tranen uit...
36De Judeeërs zeiden toen:
Zie toch
hoe groot zijn vriendschap voor hem was!
37Maar sommigen van hen zeiden:
Was deze, die de ogen van de blinde geopend heeft,
niet bij machte
om te maken dat ook deze21 niet gestorven was?!
38Jezus, inwendig weer ziedend,
komt bij het graf
— het was een spelonk —
en er was een steen op gelegd.
39Jezus zegt:
Til op die steen!
De zuster van de overledene22 , Martha, zegt tegen hem:
Heer,
hij stinkt al,
het is immers de vierde dag!
40Jezus zegt tegen haar:
Heb ik je niet gezegd:
als je gelooft,
zul je de eer van God zien?!
41Ze tilden dus de steen op.
Maar Jezus tilde23 de ogen op, naar boven,
en hij zei:
Vader,
ik dank U
dat U mij hebt gehoord.
42Ik wist wel
dat U mij altijd hoort,
maar vanwege de menigte die rondom staat heb ik het gezegd,
opdat zij gaan geloven
dat U mij gezonden hebt.
43En toen hij dat gezegd had
schreeuwde hij met luide stem24 :
Lazarus,
hierheen, eruit!
44De gestorvene kwam eruit25 ,
gebonden26 aan voeten en handen met zwachtels,
en om zijn gezicht was een doek gebonden27 .
Jezus zegt tegen hen:
Maak hem los
en laat hem heengaan!
45Velen dan van de Judeeërs
die bij Maria gekomen waren
en aanschouwd hadden
wat hij gedaan had
geloofden in hem.
46Maar sommigen van hen28 gingen heen naar de Farizeeërs
en zeiden hen
wat Jezus gedaan had.
Noten
1er staat geen adjectief, maar een participium, vandaar dit woord
2dit woordje voegt Marie van der Zeyde in
3de voortdurende afwisseling in tijden is opmerkelijk
4bijzondere manier van zeggen, toch maar letterlijk vertaald
5opvallend, niet weg vertalen zoals NBV doet
6meer dan 'wakker maken' (NBV)
7sterk woord, niet het slappe 'beter worden' (NBV)
8'tot geloof komen'(NBV) heeft een andere gevoelswaarde / lading
9'Tweeling'
10opvallend dat er een participium van 'echein' staat, moet m.i. doorklinken in de vertaling
11zo NBV
12de NBV verzint erbij 'uit de dood'
13vanwege de wisseling van tijd
14beweging
15Joods 'olam haba'; de NBV laat dit helemaal weg
16de NBV laat dit spannende, verwachtingsvolle woord weg
17weer begrijpt de NBV niet waarop het verhaal al preludeert, en laat dit woord weg
18let op het verschil met vs. 21
19NBV 'ergerde', is dat niet teveel ingevuld?
20zo letterlijk 'pneuma'
212e keer 'houtos' in dit vers, parallel Jezus Lazarus!
22NBV 'dode', maar er wordt (bewust?) een ander woord gebruikt
23zelfde woord!, daarom ook 'maar'
24bij NBV weg
25niet 'te voorschijn' (NBV)
26sterker dan 'gewikkeld' {NBV)
27zelfde woordstam als hiervoor; sterker dan 'bedekt' (NBV)
28parallel met vs. 37
Afdrukken | vertaling door harrypals | bij Vijfde zondag van de Veertig dagen
Laatste wijziging 16 Jan 2021 11:43:27
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: Joh. 11,17-44 [Evangelie]

Vijfde zondag van de Veertig dagen - paars
Geen afbeelding opgegeven.

Overige teksten:

Joh. 11,1-44 [Evangelie]

Deze site heeft 247 leden, waarvan 0 online; Bezoekers : vandaag: 66; Colofon