aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 1e van de zomer | Leesrooster | M
Rubrieken
d Nieuws
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
laatste 20 wijzigingen
De DM-Stichting
Verslagen
d Links
Onderzoek
Hoe kan ik ...
Johannes catechetisch gelezen
Dr. Doddy van Leeuwen-Assink eerste promovenda Monshouwerleerstoel
Op maandag 16 november 2015 promoveerde mw. C.J. (Doddy) van Leeuwen-Assink aan de Vrije Universiteit op een proefschrift getiteld `Wij zouden Jezus willen zien'. Het evangelie naar Johannes herlezen met een catechetische blik. Dat was niet alleen een mijlpaal voor de promovenda maar ook voor de Monshouwerleerstoel, aangezien het de eerste dissertatie is die onder auspiciën van deze leerstoel voltooid werd.
Het betreft een multidisciplinair onderzoek, dat zich op het grensvlak van bijbelse theologie en catechetiek beweegt. Op beide terreinen was promovenda actief tijdens haar loopbaan: zij volgde de catechetenopleiding, bereikte via die weg het predikantschap en werkte een aantal jaren als predikant in achtereenvolgens drie PKN-gemeenten. Daarna was zij geruime tijd betrokken bij het Landelijk Diensten Centrum van de PKN (afdeling catechese) en gaf leiding aan de toerusting van catecheten en predikanten.  
Haar proefschrift handelt over de vraag, in hoeverre het vruchtbaar is het evangelie naar Johannes te lezen met een catechetische bril. Doe je dat, en heb je daarbij open oog voor alle finesses van de opbouw, vorm en inhoud van het evangelie, dan blijkt dit evangelie heel geschikt om een catechetisch curriculum mee op te zetten. Zo geschikt, dat je je mag afvragen of het evangelie niet al vanaf het begin óók een catechetisch oogmerk heeft gehad.
Zo ontdekte zij, hierop attent gemaakt door het proefschrift van dr. Y. Bekker (Zoon van God, Messias, Mensenzoon. De structuur van het Evangelie naar Johannes. Kampen 1997) dat het evangelie veel herhalingen bevat, en vaak in een schema kort — langer — nog iets langer. Is dat niet precies de gewenste vorm voor catechese, waarbij stof wordt gepresenteerd en vervolgens steeds iets meer uitgewerkt? De beelden en symbolen die Johannes gebruikt zijn ook zeer bruikbaar in de catechese, omdat ze een diepere laag aanraken: ze worden eerst ervaren, daarna pas wordt erop gereflecteerd. En de vreemde vragen, die Johannes zo veelvuldig noteert van de leerlingen (!) van Jezus, zouden dat niet allereerst de vragen van zijn eigen geloofsleerlingen kunnen zijn, die hij al schrijvend invoegt in zijn evangelie? Zo zijn veel meer aanwijzingen te geven, die erop kunnen wijzen dat het lezen van dit evangelie met oog voor het catechetisch oogmerk ervan niet alleen nuttig is voor catecheten, maar ook voor exegeten: het biedt een nieuwe toegang tot de tekst.
Deze originele gedachte krijgen is één ding, de `bewijsvoering´ is nog iets anders; mw. Van Leeuwen verdiepte zich zowel in de exegese van het Johannesevangelie als in de geschiedenis van de catechese in de eerste eeuwen, maar ook in catechetische methoden van nu.
Bij de verdediging van het proefschrift kwamen, zoals dat hoort, bedenkingen naar voren, zowel van de catecheten als van de bijbelwetenschappers. De promovenda hield staande dat het evangelie niet alleen losse `lessen´ biedt, maar dat er ook een samenhangend curriculum in kan worden gevonden — als voorbeeld bevat het proefschrift een bijlage waarin een catechese over Johannes 12 wordt ontwikkeld, volgens haar een sleutelhoofdstuk in het evangelie. Ze was duidelijk optimistischer dan sommige opponenten over de mogelijkheid, de brug te slaan tussen het toch wel intens theologische evangelie naar Johannes en de geseculariseerde leefwereld van geloofsleerlingen nu. De zorg van één van de opponenten, dat de catechetische bril nu zou gaan heersen over de exegese, kon de promovenda snel wegnemen: dat uiteraard niet. Daarmee bleef zij trouw aan het adagium `De tekst mag het zeggen´, woorden van haar inspirator prof. dr. Karel Deurloo aan wie ook het proefschrift is opgedragen. Aan het eind waren er woorden van lof over het gedurfde onderwerp, de originele aanpak en het getoonde doorzettingsvermogen van de promovenda.
Vanwege het multidisciplinaire karakter van de studie was het begeleidingsteam divers samengesteld: godsdienstpedagoge mw. dr. A. Lanser-van der Velde en nieuwtestamenticus prof. dr. B.J. Lietaert Peerbolte waren copromotoren, naast promotor prof. dr. J. Dubbink. Het proefschrift is verkrijgbaar bij Uitgeverij 2VM, en digitaal beschikbaar op VU-Dare.

Bericht 6 Oct 2017 11:41:32 | Auteur: joepdubbink
Deze site heeft 263 leden, waarvan 1 online; Bezoekers: vandaag: 298; Colofon